zot

Betekenis zot

De betekenis van zot is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1dwaas: zotte verhalen vertellen ; zotteavond zie vastenavond ;2 Zuid-Nederlands van het verstand beroofd, krankzinnig;zich zot zoekenzich gek, een ongeluk zoeken;3 Zuid-Nederlands gek, bespottelijk, mal;doen of ge zot zijtje van de domme houden;een zot spelgekkenwerk;zot zijn van iem.er gek, verzot, verliefd op zijn;4 Zuid-Nederlands geil, heet, wulps;5 Zuid-Nederlands dol, verlopen;die vijs draait zotdie schroef draait dol;IIde -woord (mannelijk)zotten1dwaas, nar;2 Zuid-Nederlands krankzinnige, geestelijk gestoorde, zwakzinnige;3 Zuid-Nederlands gek, iem. die geen blijk geeft van gezond verstand;voor de zot houden of de zot met iem. houdenvoor de gek houden, beetnemen;4 Zuid-Nederlands , kaartspel boer;5 Zuid-Nederlands penis;zijn zot gaan uithangengaan plassen;IIIhet -woordZuid-Nederlands1krankzinnigheid;2gekheid, dwaasheid: het zot in de kop krijgen
dwaas, gek
kolderiek, kwasterig, lijp, maf, dol, dwaas, gek, krankzinnig, mal, onbegrijpelijk, ongerijmd, onzinnig, potsierlijkdwaas, gek, halve gare, mafketel, kwibus, nargek, krankzinnige, zwakzinnigegeil, heet
".

Defenitie zot

De definitie van zot is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1dwaas: zotte verhalen vertellen ; zotteavond zie vastenavond ;2 Zuid-Nederlands van het verstand beroofd, krankzinnig;zich zot zoekenzich gek, een ongeluk zoeken;3 Zuid-Nederlands gek, bespottelijk, mal;doen of ge zot zijtje van de domme houden;een zot spelgekkenwerk;zot zijn van iem.er gek, verzot, verliefd op zijn;4 Zuid-Nederlands geil, heet, wulps;5 Zuid-Nederlands dol, verlopen;die vijs draait zotdie schroef draait dol;IIde -woord (mannelijk)zotten1dwaas, nar;2 Zuid-Nederlands krankzinnige, geestelijk gestoorde, zwakzinnige;3 Zuid-Nederlands gek, iem. die geen blijk geeft van gezond verstand;voor de zot houden of de zot met iem. houdenvoor de gek houden, beetnemen;4 Zuid-Nederlands , kaartspel boer;5 Zuid-Nederlands penis;zijn zot gaan uithangengaan plassen;IIIhet -woordZuid-Nederlands1krankzinnigheid;2gekheid, dwaasheid: het zot in de kop krijgen
dwaas, gek
kolderiek, kwasterig, lijp, maf, dol, dwaas, gek, krankzinnig, mal, onbegrijpelijk, ongerijmd, onzinnig, potsierlijkdwaas, gek, halve gare, mafketel, kwibus, nargek, krankzinnige, zwakzinnigegeil, heet
".