zijn

Betekenis zijn

De betekenis van zijn is: "(was, waren, is geweest)Izelfstandig werkwoord1bestaan: wat niet is, kan komen ;hij is niet meer of hij is er geweesthij is gestorven;hij mag er zijnhij kan goed voor de dag komen;2zich bevinden, aanwezig zijn: waar is moeder? ; er was niet meer ;weten waar men aan toe isweten wat men te wachten heeft;3gebeuren: het zij zo ; het was in het voorjaar, dat... ;4behoren aan: is dit boek van u? ;5 schelen aan: wat is er dan toch, jongen? ;IIkoppelwerkwoord :zij is ziek ; wie was het? ; het is altijd sukkelen geweest ;`m zijn de andere spelers moeten zoeken, pakken enz.;zijn opjeugdtaal verliefd zijn op:Dennis is op Sabina ;IIIhulpwerkwoord :wanneer is hij gekomen? ; het kind is door een hond gebeten2zijnbezittelijk voornaamwoord :wie is zijn leermeester? ;hij ging met de zijnen op reismet zijn gezin;geef ieder het zijne
existeren, bestaan, wezengebeurenexistentie, aanwezigheid
".

Defenitie zijn

De definitie van zijn is: "(was, waren, is geweest)Izelfstandig werkwoord1bestaan: wat niet is, kan komen ;hij is niet meer of hij is er geweesthij is gestorven;hij mag er zijnhij kan goed voor de dag komen;2zich bevinden, aanwezig zijn: waar is moeder? ; er was niet meer ;weten waar men aan toe isweten wat men te wachten heeft;3gebeuren: het zij zo ; het was in het voorjaar, dat... ;4behoren aan: is dit boek van u? ;5 schelen aan: wat is er dan toch, jongen? ;IIkoppelwerkwoord :zij is ziek ; wie was het? ; het is altijd sukkelen geweest ;`m zijn de andere spelers moeten zoeken, pakken enz.;zijn opjeugdtaal verliefd zijn op:Dennis is op Sabina ;IIIhulpwerkwoord :wanneer is hij gekomen? ; het kind is door een hond gebeten2zijnbezittelijk voornaamwoord :wie is zijn leermeester? ;hij ging met de zijnen op reismet zijn gezin;geef ieder het zijne
existeren, bestaan, wezengebeurenexistentie, aanwezigheid
".