zien

Betekenis zien

De betekenis van zien is: "(zag, h. gezien)1met de ogen waarnemen: ik zie een toren in de verte ;dat wil ik (nog) wel eens ziendat lijkt me zeer onwaarschijnlijk;zij laat zich daar nooit zienzij komt daar nooit;ze mag gezien worden ; vooral Zuid-Nederlands kijken: niemand durfde gaan zien ; zie ook bij 3 horen ;2overwegen;laat eens zienlaat me eens denken;we zullen eens zienwe zullen er eens over denken;mij niet geziendaar doe ik niet aan mee;je ziet maarmaak zelf maar uit wat je doet;3letten: niet op een kleinigheid zien ;4een zeker uiterlijk hebben: ze ziet erg wit ;5 uitzicht hebben: het zijraam ziet op een weiland ;6 uitstaan: hij kan hem niet (luchten of) zien ; Zuid-Nederlands :iemand gaarne zienveel van iem. houden;7 proberen: dat moet je gedaan zien te krijgen ; zie haar over te halen ;8 betrekking hebben: dat ziet op iets geheel anders ;het wel gezien hebben of voor gezien houdenzich er niet langer mee ophouden;het niet (meer) zien zittena) sombere verwachtingen koesteren; b) geen hoop (meer) hebben;iets, iem. wel zien zittena) goede verwachtingen van iets of iem. hebben; b) ermee ingenomen zijn;Zuid-Nederlands :(n)iets te zien hebben met(n)iets te maken hebben met;9 Zuid-Nederlands :gezien zijnbeetgenomen, gefopt zijn;gij zijt gezienjij bent de klos, de sigaar
1 Waarnemen met het oog. 2 Het vermogen hebben om met het oog waar te nemen. 3 Een bepaald gezicht zetten.
aanschouwen, kijken, beschouwen, bezichtigen, bijwonen, ervaren, waarnemenoverwegenlettenuitstaanproberen
".

Defenitie zien

De definitie van zien is: "(zag, h. gezien)1met de ogen waarnemen: ik zie een toren in de verte ;dat wil ik (nog) wel eens ziendat lijkt me zeer onwaarschijnlijk;zij laat zich daar nooit zienzij komt daar nooit;ze mag gezien worden ; vooral Zuid-Nederlands kijken: niemand durfde gaan zien ; zie ook bij 3 horen ;2overwegen;laat eens zienlaat me eens denken;we zullen eens zienwe zullen er eens over denken;mij niet geziendaar doe ik niet aan mee;je ziet maarmaak zelf maar uit wat je doet;3letten: niet op een kleinigheid zien ;4een zeker uiterlijk hebben: ze ziet erg wit ;5 uitzicht hebben: het zijraam ziet op een weiland ;6 uitstaan: hij kan hem niet (luchten of) zien ; Zuid-Nederlands :iemand gaarne zienveel van iem. houden;7 proberen: dat moet je gedaan zien te krijgen ; zie haar over te halen ;8 betrekking hebben: dat ziet op iets geheel anders ;het wel gezien hebben of voor gezien houdenzich er niet langer mee ophouden;het niet (meer) zien zittena) sombere verwachtingen koesteren; b) geen hoop (meer) hebben;iets, iem. wel zien zittena) goede verwachtingen van iets of iem. hebben; b) ermee ingenomen zijn;Zuid-Nederlands :(n)iets te zien hebben met(n)iets te maken hebben met;9 Zuid-Nederlands :gezien zijnbeetgenomen, gefopt zijn;gij zijt gezienjij bent de klos, de sigaar
1 Waarnemen met het oog. 2 Het vermogen hebben om met het oog waar te nemen. 3 Een bepaald gezicht zetten.
aanschouwen, kijken, beschouwen, bezichtigen, bijwonen, ervaren, waarnemenoverwegenlettenuitstaanproberen
".