zetten

Betekenis zetten

De betekenis van zetten is: "deel van de Nederlandse gem. Valburg prov. Gelderland
` zet - ten(zette, h. gezet)1plaatsen: iets op de grond zetten ; een advertentie in de krant zetten ; land onder water zetten ;een (doel)punt zettensport scoren;Zuid-Nederlands :orde op zaken zettenstellen;2 schaken , dammen een stuk verplaatsen: zwart moet zetten ;3munten, richten: hij heeft het erop gezet binnen een jaar klaar te zijn ;4trekken: een boos gezicht zetten ;5 in de juiste vorm in een verband voegen: een gebroken been zetten ; het zetten van edelstenen ;6 aftrekken met heet water: koffie, thee zetten ;7 gereedmaken voor het afdrukken: een artikel zetten ;8 muziek arrangeren, geschikt maken: opnieuw gezet voor strijkorkest ;9 verdragen, uitstaan: iets of iemand niet goed kunnen zetten ;10 beginnen te: het op een lopen zetten ;11 wagen: alles op het spel zetten ; alles op één kaart zetten ; verwedden: ik zet er een tientje op ;ik zet het jeik wed dat je het niet kunt; zie ook bijalles ;12iemand iets betaald zetteniets op hem wreken;13zich zettena) duidelijke vorm krijgen; b) Zuid-Nederlands gaan zitten, plaats nemen; c) Zuid-Nederlands zich weren, zich flink inspannen;zet ugaat u zitten;hij zette zich te drinkenhij ging zitten drinken;zich zetten tot ietsaan iets met ernst beginnen;zich over iets heen zettende gedachte aan iets terugdringen;14 Zuid-Nederlands (een bep. tijd) nodig hebben voor, besteden aan, doen over: je zet een uur over 10 kilometer ;15 Zuid-Nederlands :de tafel zettendekken
Onder een hoek stellen van aanliggende plaatdelen met zwenkbuiggereedschap of zetbank
Wisselend naar weerszijden buigen van lippen om een rechte buigas
stellen, aanbrengen, leggen, neerzetten, opstellen, plaatsen, posterenmunten, richtentrekkenarrangerenuitstaan, verdragenverwedden, wagen
".

Defenitie zetten

De definitie van zetten is: "deel van de Nederlandse gem. Valburg prov. Gelderland
` zet - ten(zette, h. gezet)1plaatsen: iets op de grond zetten ; een advertentie in de krant zetten ; land onder water zetten ;een (doel)punt zettensport scoren;Zuid-Nederlands :orde op zaken zettenstellen;2 schaken , dammen een stuk verplaatsen: zwart moet zetten ;3munten, richten: hij heeft het erop gezet binnen een jaar klaar te zijn ;4trekken: een boos gezicht zetten ;5 in de juiste vorm in een verband voegen: een gebroken been zetten ; het zetten van edelstenen ;6 aftrekken met heet water: koffie, thee zetten ;7 gereedmaken voor het afdrukken: een artikel zetten ;8 muziek arrangeren, geschikt maken: opnieuw gezet voor strijkorkest ;9 verdragen, uitstaan: iets of iemand niet goed kunnen zetten ;10 beginnen te: het op een lopen zetten ;11 wagen: alles op het spel zetten ; alles op één kaart zetten ; verwedden: ik zet er een tientje op ;ik zet het jeik wed dat je het niet kunt; zie ook bijalles ;12iemand iets betaald zetteniets op hem wreken;13zich zettena) duidelijke vorm krijgen; b) Zuid-Nederlands gaan zitten, plaats nemen; c) Zuid-Nederlands zich weren, zich flink inspannen;zet ugaat u zitten;hij zette zich te drinkenhij ging zitten drinken;zich zetten tot ietsaan iets met ernst beginnen;zich over iets heen zettende gedachte aan iets terugdringen;14 Zuid-Nederlands (een bep. tijd) nodig hebben voor, besteden aan, doen over: je zet een uur over 10 kilometer ;15 Zuid-Nederlands :de tafel zettendekken
Onder een hoek stellen van aanliggende plaatdelen met zwenkbuiggereedschap of zetbank
Wisselend naar weerszijden buigen van lippen om een rechte buigas
stellen, aanbrengen, leggen, neerzetten, opstellen, plaatsen, posterenmunten, richtentrekkenarrangerenuitstaan, verdragenverwedden, wagen
".