zeker

Betekenis zeker

De betekenis van zeker is: "` ze - kerIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1buiten gevaar, veilig: uw geld is zeker ; je bent hier je leven niet zeker ; Zuid-Nederlands :zeker spelenhet zekere voor het onzekere nemen;2stellig, vast, ontwijfelbaar: het zekere voor het onzekere nemen ;vast en zeker, Zuid-Nederlands : zeker en vaststellig;3zeker vanovertuigd van de juistheid:ben je daar helemaal zeker van? ;4vast, beslist: weet je het zeker? ;zeker weten!zie bij weten ;5 waarschijnlijk, denkelijk: hij heeft zeker de trein gemist ; dat doe je zeker niet? ;IIonbepaald voornaamwoord1onbekend, niet nader genoemd of te noemen: een zekere Van den Berg ; op zekere dag ; een zekere verwijdering ; zekere personen menen zich dat te kunnen veroorloven ;2 Zuid-Nederlands bepaald; sommige, enige;een zeker aantaleen bepaald aantal;sedert zekere tijdsedert enige tijd
veilig, safeabsoluut, gegarandeerd, ontwijfelbaar, zekerlijk, alleszins, beslist, gewis, natuurlijk, ongetwijfeld, stellig, verzekerd, wisdenkelijk, vast, waarschijnlijkovertuigdsommige, bepaald, enigewelzeker, ja, jawel, juist
".

Defenitie zeker

De definitie van zeker is: "` ze - kerIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1buiten gevaar, veilig: uw geld is zeker ; je bent hier je leven niet zeker ; Zuid-Nederlands :zeker spelenhet zekere voor het onzekere nemen;2stellig, vast, ontwijfelbaar: het zekere voor het onzekere nemen ;vast en zeker, Zuid-Nederlands : zeker en vaststellig;3zeker vanovertuigd van de juistheid:ben je daar helemaal zeker van? ;4vast, beslist: weet je het zeker? ;zeker weten!zie bij weten ;5 waarschijnlijk, denkelijk: hij heeft zeker de trein gemist ; dat doe je zeker niet? ;IIonbepaald voornaamwoord1onbekend, niet nader genoemd of te noemen: een zekere Van den Berg ; op zekere dag ; een zekere verwijdering ; zekere personen menen zich dat te kunnen veroorloven ;2 Zuid-Nederlands bepaald; sommige, enige;een zeker aantaleen bepaald aantal;sedert zekere tijdsedert enige tijd
veilig, safeabsoluut, gegarandeerd, ontwijfelbaar, zekerlijk, alleszins, beslist, gewis, natuurlijk, ongetwijfeld, stellig, verzekerd, wisdenkelijk, vast, waarschijnlijkovertuigdsommige, bepaald, enigewelzeker, ja, jawel, juist
".