zeggen

Betekenis zeggen

De betekenis van zeggen is: "` zeg - genI (zei of zegde, h. gezegd)1in woorden uitspreken: wat zegt u? ; zo gezegd, zo gedaan ; dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan ;zeg dat weldaar heb je gelijk in, dat klopt;dat is niet gezegddat is niet zeker;het is wat te zeggenuitroep van verbazing;wie zal het zeggen?gezegd als men in onzekerheid verkeert;eens gezegd, blijft gezegdje hebt een belofte gedaan en daar moet je je aan houden;Zuid-Nederlands :en zeggen daten dan te bedenken dat;2schriftelijk vermelden: de wet zegt ; de schrijver zegt het zelf ;3oordelen, menen: wat zeggen jullie ervan? ;ik zeg maar zo, ik zeg maar niksik geef geen oordeel of commentaar;zeg nou zelfwees eerlijk (en geef me gelijk);4bevelen, inbrengen: als ik er wat te zeggen had ;5 aanmerken, verwijten: er is niets op hem te zeggen ; moet ik me dat maar laten zeggen? ;6 betekenen: dat wil zeggen ; hij keurde het goed, en dat zegt wat ;dat zegt nog nietsdat bewijst nog niets;Zuid-Nederlands :`t is te zeggendat wil zeggen, met andere woorden, dat is; zie ook bijdonder , pap en zwijgen ;IIhet -woord :volgens, naar zijn zeggen ;dat is altijd mijn zeggen geweestdat heb ik altijd al gezegd;je hebt het maar voor het zeggenje kunt het krijgen zoals je het wilt hebben;het voor het zeggen hebbende baas zijn
beweren, uitbrengen, inbrengen, opmerken, opzeggen, spreken, uitdrukken, uiten, uitspreken, verklaren, vertellenmenen, oordelen, vindenopdragen, bevelenaanmerken, verwijtenbeduiden, inhouden, betekenen
".

Defenitie zeggen

De definitie van zeggen is: "` zeg - genI (zei of zegde, h. gezegd)1in woorden uitspreken: wat zegt u? ; zo gezegd, zo gedaan ; dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan ;zeg dat weldaar heb je gelijk in, dat klopt;dat is niet gezegddat is niet zeker;het is wat te zeggenuitroep van verbazing;wie zal het zeggen?gezegd als men in onzekerheid verkeert;eens gezegd, blijft gezegdje hebt een belofte gedaan en daar moet je je aan houden;Zuid-Nederlands :en zeggen daten dan te bedenken dat;2schriftelijk vermelden: de wet zegt ; de schrijver zegt het zelf ;3oordelen, menen: wat zeggen jullie ervan? ;ik zeg maar zo, ik zeg maar niksik geef geen oordeel of commentaar;zeg nou zelfwees eerlijk (en geef me gelijk);4bevelen, inbrengen: als ik er wat te zeggen had ;5 aanmerken, verwijten: er is niets op hem te zeggen ; moet ik me dat maar laten zeggen? ;6 betekenen: dat wil zeggen ; hij keurde het goed, en dat zegt wat ;dat zegt nog nietsdat bewijst nog niets;Zuid-Nederlands :`t is te zeggendat wil zeggen, met andere woorden, dat is; zie ook bijdonder , pap en zwijgen ;IIhet -woord :volgens, naar zijn zeggen ;dat is altijd mijn zeggen geweestdat heb ik altijd al gezegd;je hebt het maar voor het zeggenje kunt het krijgen zoals je het wilt hebben;het voor het zeggen hebbende baas zijn
beweren, uitbrengen, inbrengen, opmerken, opzeggen, spreken, uitdrukken, uiten, uitspreken, verklaren, vertellenmenen, oordelen, vindenopdragen, bevelenaanmerken, verwijtenbeduiden, inhouden, betekenen
".