zak

Betekenis zak

De betekenis van zak is: "(«Frans«Latijn)de -woord (mannelijk)zakken1voorwerp van papier, textiel e.d. om iets in te bergen; Zuid-Nederlands boodschappentas, draagtas;iem. de zak geveninformeel iem. ontslaan;in zak en as zittenoorspronkelijk in een ruw rouwkleed (zak ) gehuld zijn en het hoofd met as bedekt hebben ten teken van rouw; thans zeer terneergeslagen zijn door zorgen;geen zakinformeel niets; je hebt er geen zak aan ; zie ook bijkat en wijn ;2gedeelte van kledingstuk, waarin iets geborgen kan worden: geen cent op zak hebben ;iemand in zijn zak hebbenzijn meerdere zijn, hem doorzien;dat of die kan hij in zijn zak stekendat was een rake opmerking;in zijn zak tasteneen flinke som gelds uitgeven;zijn zakken vullenveel geld verdienen, ook al gaat dat ten koste van anderen of van hogere belangen;iem. in zijn zak hebbena) iem. overwonnen hebben; b) iem. geheel kunnen bespelen, hem laten doen wat men wil;Zuid-Nederlands :iem. in de zak steken, zettenbedriegen, beetnemen;Zuid-Nederlands :iets in de zak steken, stoppen(m.b.t. iets onaangenaams) niet vergeten, in de oren knopen;Zuid-Nederlands :in zijn zak schietenbetalen, in zijn zak tasten;Zuid-Nederlands :ieder voor zijn zakieder voor eigen rekening;3 informeel balzak, scrotum;4 informeel vervelende, slappe vent (verkorte vorm van klootzak );5 gat in een tafel waardoor de ballen vallen; zie ook zakje
trechtervormig gedeelte van een vistuig (zegen of trawl),waar de vangst in wordt verzameld tijdens het vangproces
baal, draagtas, buidel, tasbalzak, scrotumlul, klootzakontslag
".

Defenitie zak

De definitie van zak is: "(«Frans«Latijn)de -woord (mannelijk)zakken1voorwerp van papier, textiel e.d. om iets in te bergen; Zuid-Nederlands boodschappentas, draagtas;iem. de zak geveninformeel iem. ontslaan;in zak en as zittenoorspronkelijk in een ruw rouwkleed (zak ) gehuld zijn en het hoofd met as bedekt hebben ten teken van rouw; thans zeer terneergeslagen zijn door zorgen;geen zakinformeel niets; je hebt er geen zak aan ; zie ook bijkat en wijn ;2gedeelte van kledingstuk, waarin iets geborgen kan worden: geen cent op zak hebben ;iemand in zijn zak hebbenzijn meerdere zijn, hem doorzien;dat of die kan hij in zijn zak stekendat was een rake opmerking;in zijn zak tasteneen flinke som gelds uitgeven;zijn zakken vullenveel geld verdienen, ook al gaat dat ten koste van anderen of van hogere belangen;iem. in zijn zak hebbena) iem. overwonnen hebben; b) iem. geheel kunnen bespelen, hem laten doen wat men wil;Zuid-Nederlands :iem. in de zak steken, zettenbedriegen, beetnemen;Zuid-Nederlands :iets in de zak steken, stoppen(m.b.t. iets onaangenaams) niet vergeten, in de oren knopen;Zuid-Nederlands :in zijn zak schietenbetalen, in zijn zak tasten;Zuid-Nederlands :ieder voor zijn zakieder voor eigen rekening;3 informeel balzak, scrotum;4 informeel vervelende, slappe vent (verkorte vorm van klootzak );5 gat in een tafel waardoor de ballen vallen; zie ook zakje
trechtervormig gedeelte van een vistuig (zegen of trawl),waar de vangst in wordt verzameld tijdens het vangproces
baal, draagtas, buidel, tasbalzak, scrotumlul, klootzakontslag
".