zacht

Betekenis zacht

De betekenis van zacht is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet hard, week: een zacht kussen ; zacht gekookte eieren ;een zacht prijsjeeen lage prijs;de zachte sectorschertsend de quartaire sector, zie bij quartair ;2niet luid of fel: zacht spreken ; zachte kleuren ;3niet streng, niet koud: een zacht klimaat ; een zachte winter ;4niet ruw of grof: een zachte aanraking ; zacht van aard ;op zijn zachtst gesproken, uitgedruktzo gunstig mogelijk;5 niet wreed of pijnlijk: iemand zacht behandelen ; een zachte dood ;6 niet snel, langzaam, geleidelijk: zacht fietsen ; een zachte helling
aangename smaak van de olie, niet uitgesproken zoet, maar waarbij bitterheid, adstringentie en scherpte niet domineren
moesachtig, pappig, mals, slap, smeuïg, week, wekelijkvlossig, fijnlangzaamclement, teder, goedaardig, lief, lieflijk, mild, minzaam, toegevend, vriendelijk, welwillendgedempt, licht, matig, teerzoelstilmurw
".

Defenitie zacht

De definitie van zacht is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet hard, week: een zacht kussen ; zacht gekookte eieren ;een zacht prijsjeeen lage prijs;de zachte sectorschertsend de quartaire sector, zie bij quartair ;2niet luid of fel: zacht spreken ; zachte kleuren ;3niet streng, niet koud: een zacht klimaat ; een zachte winter ;4niet ruw of grof: een zachte aanraking ; zacht van aard ;op zijn zachtst gesproken, uitgedruktzo gunstig mogelijk;5 niet wreed of pijnlijk: iemand zacht behandelen ; een zachte dood ;6 niet snel, langzaam, geleidelijk: zacht fietsen ; een zachte helling
aangename smaak van de olie, niet uitgesproken zoet, maar waarbij bitterheid, adstringentie en scherpte niet domineren
moesachtig, pappig, mals, slap, smeuïg, week, wekelijkvlossig, fijnlangzaamclement, teder, goedaardig, lief, lieflijk, mild, minzaam, toegevend, vriendelijk, welwillendgedempt, licht, matig, teerzoelstilmurw
".