winkel

Betekenis winkel

De betekenis van winkel is: "deel van de Nederlandse gem. Niedorp prov. Noord-Holland
` win - kelde -woord (mannelijk)winkels1verkoopplaats, verkoopmagazijn: een winkel drijven ; een winkel houden ;een rijdende winkelgrote auto die ingericht is als winkel;op de winkel passen of lettenals vervanger optreden gedurende iems. afwezigheid;2werkplaats (van een ambachtsman): een timmerwinkel ;er is veel werk aan de winkeler is veel te doen;3 als laatste lid in samenstellingen instelling die kosteloos inlichtingen of hulp verstrekt op sociaal, economisch of juridisch gebied: wetswinkel, onderwijswinkel, wetenschapswinkel
shop, slijterij, toko, verkoopmagazijn, verkoopplaats, zaak, affaire, commerce, handel, magazijn, nering, onderneming, uitbating
".

Defenitie winkel

De definitie van winkel is: "deel van de Nederlandse gem. Niedorp prov. Noord-Holland
` win - kelde -woord (mannelijk)winkels1verkoopplaats, verkoopmagazijn: een winkel drijven ; een winkel houden ;een rijdende winkelgrote auto die ingericht is als winkel;op de winkel passen of lettenals vervanger optreden gedurende iems. afwezigheid;2werkplaats (van een ambachtsman): een timmerwinkel ;er is veel werk aan de winkeler is veel te doen;3 als laatste lid in samenstellingen instelling die kosteloos inlichtingen of hulp verstrekt op sociaal, economisch of juridisch gebied: wetswinkel, onderwijswinkel, wetenschapswinkel
shop, slijterij, toko, verkoopmagazijn, verkoopplaats, zaak, affaire, commerce, handel, magazijn, nering, onderneming, uitbating
".