werk

Betekenis werk

De betekenis van werk is: "het -woordgeplozen touw2werkhet -woordbet 2 en 3 werken1geestelijke of lichamelijke activiteit, gericht op het tot stand brengen van een product of het verlenen van een dienst; ook beroepsmatige bezigheid: ik zit op het ogenblik zonder werk ; aan het werk gaan ; iemand aan het werk zetten ;hoe gaat dat in zijn werkhoe gaat dat, hoe zit dat in elkaar;te werk gaana) handelen; b) Zuid-Nederlands te keer gaan, veel drukte maken;lang werk hebbenlang over iets doen;dat is geen half werkdat is goed, degelijk gedaan;dat is het betere werkdat is een aangename bezigheid; dat gaat goed;er is veel werk aan de winkeler is veel te doen;veel werk van iemand makenveel belangstelling voor iemand tonen;veel werk van iets makener veel moeite en kosten aan besteden;alles in het werk stellen om ...alles doen om ...;iemand te werk stelleniemand geregelde werkzaamheden opdragen;ook aaneengeschreven : tewerkstellen ;2daad;goede werkengoede daden, vooral van liefde tot God of de medemens;3het gedane; gewrocht, kunstwerk, geschrift: de werken van Vondel ; een weinig bekend werk van Vincent van Gogh ;4binnenwerk van een horloge: het werk is versleten ;5 Zuid-Nederlands , meervoudig zelfstandig naamwoord : werken werk in uitvoering;verboden op de werken of het werk te komenverboden het (bouw)terrein te betreden; zie ookwerkje en zwart
1 Dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid. 2 Beroep. 3 De plek waar men werkt, werkplek. 4 Dat wat gemaakt is, kunstwerk.
(hier:)het produkt van bouw-dan wel van wegebouwkundige werken in hun geheel, dat als zodanig volstaat om voor de gebruiker een economische en technische functie te vervullen
het produkt van bouw-dan wel wegenbouwkundige werken in hun geheel dat er toe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen
korte of gescheurde vezels; ontstaan bij het hekelen van vlas
vezelafval van hennep en van vlas
arbeid, betrekking, baan, bezigheid, taakdaad, prestatie, verrichtinggewrocht, kunstwerk, muziekstuk, opus, creatie, geschrift, schepping
".

Defenitie werk

De definitie van werk is: "het -woordgeplozen touw2werkhet -woordbet 2 en 3 werken1geestelijke of lichamelijke activiteit, gericht op het tot stand brengen van een product of het verlenen van een dienst; ook beroepsmatige bezigheid: ik zit op het ogenblik zonder werk ; aan het werk gaan ; iemand aan het werk zetten ;hoe gaat dat in zijn werkhoe gaat dat, hoe zit dat in elkaar;te werk gaana) handelen; b) Zuid-Nederlands te keer gaan, veel drukte maken;lang werk hebbenlang over iets doen;dat is geen half werkdat is goed, degelijk gedaan;dat is het betere werkdat is een aangename bezigheid; dat gaat goed;er is veel werk aan de winkeler is veel te doen;veel werk van iemand makenveel belangstelling voor iemand tonen;veel werk van iets makener veel moeite en kosten aan besteden;alles in het werk stellen om ...alles doen om ...;iemand te werk stelleniemand geregelde werkzaamheden opdragen;ook aaneengeschreven : tewerkstellen ;2daad;goede werkengoede daden, vooral van liefde tot God of de medemens;3het gedane; gewrocht, kunstwerk, geschrift: de werken van Vondel ; een weinig bekend werk van Vincent van Gogh ;4binnenwerk van een horloge: het werk is versleten ;5 Zuid-Nederlands , meervoudig zelfstandig naamwoord : werken werk in uitvoering;verboden op de werken of het werk te komenverboden het (bouw)terrein te betreden; zie ookwerkje en zwart
1 Dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid. 2 Beroep. 3 De plek waar men werkt, werkplek. 4 Dat wat gemaakt is, kunstwerk.
(hier:)het produkt van bouw-dan wel van wegebouwkundige werken in hun geheel, dat als zodanig volstaat om voor de gebruiker een economische en technische functie te vervullen
het produkt van bouw-dan wel wegenbouwkundige werken in hun geheel dat er toe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen
korte of gescheurde vezels; ontstaan bij het hekelen van vlas
vezelafval van hennep en van vlas
arbeid, betrekking, baan, bezigheid, taakdaad, prestatie, verrichtinggewrocht, kunstwerk, muziekstuk, opus, creatie, geschrift, schepping
".