wacht

Betekenis wacht

De betekenis van wacht is: "1 de -woord (mannelijk) wachten wachter: de wacht riep ons aan ;2 de -woord het wachthouden: de wacht betrekken ; op wacht staan ; de sergeant van de wacht ;wacht(jes) kloppeninformeel op wacht staan;wacht lopenook aaneengeschreven, zie bij wachtlopen ;iem. de wacht aanzeggenfiguurlijk iem. streng terechtwijzen;3 de -woord de gezamenlijke wachters: de wacht aflossen ; de wacht uitzetten ;4 de -woord wachten wachthuis;in de wacht slepenfiguurlijk pakken, buitmaken, zich toe-eigenen;5 de -woord wachten Zuid-Nederlands weekenddienst; avonddienst, nachtdienst: de apotheker, de dokter van wacht ; Zuid-Nederlands :van wacht zijndienst hebben;
-Tijdsperiode, normaal 4 uur, waarin een scheepsetmaal is verdeeld.-Bemanningsleden die dezelfde wachttijden werken-persoon: wachtsman
schildwacht, wachterwachthuisavonddienst, nachtdienst, weekenddienstpiket
".

Defenitie wacht

De definitie van wacht is: "1 de -woord (mannelijk) wachten wachter: de wacht riep ons aan ;2 de -woord het wachthouden: de wacht betrekken ; op wacht staan ; de sergeant van de wacht ;wacht(jes) kloppeninformeel op wacht staan;wacht lopenook aaneengeschreven, zie bij wachtlopen ;iem. de wacht aanzeggenfiguurlijk iem. streng terechtwijzen;3 de -woord de gezamenlijke wachters: de wacht aflossen ; de wacht uitzetten ;4 de -woord wachten wachthuis;in de wacht slepenfiguurlijk pakken, buitmaken, zich toe-eigenen;5 de -woord wachten Zuid-Nederlands weekenddienst; avonddienst, nachtdienst: de apotheker, de dokter van wacht ; Zuid-Nederlands :van wacht zijndienst hebben;
-Tijdsperiode, normaal 4 uur, waarin een scheepsetmaal is verdeeld.-Bemanningsleden die dezelfde wachttijden werken-persoon: wachtsman
schildwacht, wachterwachthuisavonddienst, nachtdienst, weekenddienstpiket
".