vuur

Betekenis vuur

De betekenis van vuur is: "het -woordvuren1verbranding met vlammengloed; brand: een vuur aanleggen ;voor iemand door het vuur willen gaanzich ter wille van iemand in gevaar willen brengen;iets uit het vuur weten te slepenhet ten koste van veel moeite kunnen verkrijgen, bemachtigen;iem. het vuur na aan de schenen leggeniemand door pijn, door hem in het nauw te drijven, tot een bekentenis dwingen;met vuur spelengevaarlijk handelen;vuur en vlam spuwengeweldig razen;in vuur en vlam staanzeer enthousiast of verliefd zijn;wel voor heter vuren gestaan hebbenwel in moeilijker omstandigheden geweest zijn;het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtjezeer snel;een land te vuur en te zwaard verwoestendoor moorden en branden;wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het bestwie de beste gelegenheid heeft, behaalt het meeste voordeel;iem. een vuurtje geveneen vlammetje om een sigaret e.d. aan te steken;Zuid-Nederlands :vuur steken aan ietsiets in brand steken;Zuid-Nederlands :kwaad vuur stekenonenigheid zaaien, opruien, vooral door lasterpraat; zie ook bijhand , ijzer , olie , kastanje , 1 pot , 1 slof ;2 figuurlijk gloed, hartstocht: met veel vuur ;3beschieting: vuur geven ; in het vuur komen ; onder vuur nemen ;tussen twee vuren zittenvan twee kanten bestookt worden;4bliksem:het vuur was niet van de luchtfiguurlijk het ene onaangename voorval volgde op het andere;5 vuurtoren, kustlicht;6 bederf in grenenhout waardoor het rood wordt;7 Zuid-Nederlands kachel; fornuis
Verschijnsel dat onstaat wanneer iets verbrand.
brandspirit, bezieling, drift, elan, fut, gloed, hartstocht, heftigheid, hevigheid, ijver, kracht, poeder, vlambeschietingbliksemfornuis, kachelkustlicht, vuurtoren
".

Defenitie vuur

De definitie van vuur is: "het -woordvuren1verbranding met vlammengloed; brand: een vuur aanleggen ;voor iemand door het vuur willen gaanzich ter wille van iemand in gevaar willen brengen;iets uit het vuur weten te slepenhet ten koste van veel moeite kunnen verkrijgen, bemachtigen;iem. het vuur na aan de schenen leggeniemand door pijn, door hem in het nauw te drijven, tot een bekentenis dwingen;met vuur spelengevaarlijk handelen;vuur en vlam spuwengeweldig razen;in vuur en vlam staanzeer enthousiast of verliefd zijn;wel voor heter vuren gestaan hebbenwel in moeilijker omstandigheden geweest zijn;het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtjezeer snel;een land te vuur en te zwaard verwoestendoor moorden en branden;wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het bestwie de beste gelegenheid heeft, behaalt het meeste voordeel;iem. een vuurtje geveneen vlammetje om een sigaret e.d. aan te steken;Zuid-Nederlands :vuur steken aan ietsiets in brand steken;Zuid-Nederlands :kwaad vuur stekenonenigheid zaaien, opruien, vooral door lasterpraat; zie ook bijhand , ijzer , olie , kastanje , 1 pot , 1 slof ;2 figuurlijk gloed, hartstocht: met veel vuur ;3beschieting: vuur geven ; in het vuur komen ; onder vuur nemen ;tussen twee vuren zittenvan twee kanten bestookt worden;4bliksem:het vuur was niet van de luchtfiguurlijk het ene onaangename voorval volgde op het andere;5 vuurtoren, kustlicht;6 bederf in grenenhout waardoor het rood wordt;7 Zuid-Nederlands kachel; fornuis
Verschijnsel dat onstaat wanneer iets verbrand.
brandspirit, bezieling, drift, elan, fut, gloed, hartstocht, heftigheid, hevigheid, ijver, kracht, poeder, vlambeschietingbliksemfornuis, kachelkustlicht, vuurtoren
".