vuil

Betekenis vuil

De betekenis van vuil is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet schoon, onrein;2vuil weerruw weer met veel neerslag;3gemeen, oneerlijk: een vuil zaakje ;4boosaardig, nijdig: vuil kijken, een vuile brief schrijven ;5 (nog) niet zuiver;vuil gewichtmeegerekend wat als waardeloos wegvalt;een vuile (druk)proefnog niet gecorrigeerd;6 bruto, vóór aftrek van belasting en sociale premies;7 Zuid-Nederlands :met een vuil oog bekijkenwantrouwig, vijandig aankijken; scheef aankijken; zie ook bij1 was en vgl : vuilmaken ;IIhet -woordvuilnis, smerige troep; Zuid-Nederlands :dat is oud vuiloud nieuws, oude koek;Zuid-Nederlands :in `t vuil makenin `t klad maken; zie ookvuiltje
stoffen die niet meer door een organisme kunnen worden gebruikt ;produkten die worden verkregen bij de vervaardiging van halffabrikaten of eindprodukten en die slechts als grondstof kunnen worden gebruikt
bemodderd, besmeurd, groezelig, ongewassen, onrein, onzindelijk, modderig, morsig, slobberig, slonzig, smerig, smoezelig, verwaarloosd, vies, zwartbedorven, boosaardig, gemeen, hatelijk, oneerlijksmerig, vies, obsceen, schunnigmest, vuilnis, drek, vuiligheidbruto
".

Defenitie vuil

De definitie van vuil is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet schoon, onrein;2vuil weerruw weer met veel neerslag;3gemeen, oneerlijk: een vuil zaakje ;4boosaardig, nijdig: vuil kijken, een vuile brief schrijven ;5 (nog) niet zuiver;vuil gewichtmeegerekend wat als waardeloos wegvalt;een vuile (druk)proefnog niet gecorrigeerd;6 bruto, vóór aftrek van belasting en sociale premies;7 Zuid-Nederlands :met een vuil oog bekijkenwantrouwig, vijandig aankijken; scheef aankijken; zie ook bij1 was en vgl : vuilmaken ;IIhet -woordvuilnis, smerige troep; Zuid-Nederlands :dat is oud vuiloud nieuws, oude koek;Zuid-Nederlands :in `t vuil makenin `t klad maken; zie ookvuiltje
stoffen die niet meer door een organisme kunnen worden gebruikt ;produkten die worden verkregen bij de vervaardiging van halffabrikaten of eindprodukten en die slechts als grondstof kunnen worden gebruikt
bemodderd, besmeurd, groezelig, ongewassen, onrein, onzindelijk, modderig, morsig, slobberig, slonzig, smerig, smoezelig, verwaarloosd, vies, zwartbedorven, boosaardig, gemeen, hatelijk, oneerlijksmerig, vies, obsceen, schunnigmest, vuilnis, drek, vuiligheidbruto
".