voorbij

Betekenis voorbij

De betekenis van voorbij is: "voor` bijIvoorzetsel1langs: voorbij de kerk lopen ;2verder dan: het is nog voorbij de kerk ;IIbijwoord1verder, langs: de troepen marcheren voorbij ;2geëindigd, om: de dag is alweer voorbij ;IIIbijvoeglijk naamwoordafgelopen: voorbije jaren
achter de rug, geëindigd, geleden, passé, afgedaan, afgelopen, gedaan, klaar, om, over, uit, vergaan, verlopen, verlorenvroegerlangs, na, verder
".

Defenitie voorbij

De definitie van voorbij is: "voor` bijIvoorzetsel1langs: voorbij de kerk lopen ;2verder dan: het is nog voorbij de kerk ;IIbijwoord1verder, langs: de troepen marcheren voorbij ;2geëindigd, om: de dag is alweer voorbij ;IIIbijvoeglijk naamwoordafgelopen: voorbije jaren
achter de rug, geëindigd, geleden, passé, afgedaan, afgelopen, gedaan, klaar, om, over, uit, vergaan, verlopen, verlorenvroegerlangs, na, verder
".