vol

Betekenis vol

De betekenis van vol is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1gevuld: een volle fles ;een vol gezichtdik en rond;2vervuld: hij was er vol van ;3overdekt met: een tafel vol boeken ;4volkomen, volledig: een vol uur ; de volle waarheid ; in volle ernst ; met het volste recht ; in het volste vertrouwen ;een volle neefzoon van oom of tante;ten vollevolledig, geheel;Zuid-Nederlands :in, op volle dagop klaarlichte dag;Zuid-Nederlands :in volle nachtin het holst van de nacht;Zuid-Nederlands :in volle wintermidden in de winter, hartje winter;Zuid-Nederlands :in volle centrumin de binnenstad;Zuid-Nederlands :in volle straatmidden op straat;Zuid-Nederlands :in volle bloei, werking(van een zaak) goed beklant, goed draaiend;5 volwassen, volleerd; geheel normaal: iemand niet voor vol aanzien ;6 open: in volle zee ; Zuid-Nederlands :op de volle buiten of in de volle natuurin de vrije natuur, op het platteland;Zuid-Nederlands :in volle veldin het open, vrije veld;7 niet afgeroomd: volle melk ;8 bol door de wind: met volle zeilen ;9 Zuid-Nederlands massief: latten van vol beukenhout
geheel gevuld
overladen, verzadigd, beladen, gevuld, volzetbezaaid, doortrokken, wemelendvervuldgeheel, volkomen, dik, rond, ruim, ten volle, volledig, zuivervolleerd, volwassenopenmassiefweelderig
".

Defenitie vol

De definitie van vol is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1gevuld: een volle fles ;een vol gezichtdik en rond;2vervuld: hij was er vol van ;3overdekt met: een tafel vol boeken ;4volkomen, volledig: een vol uur ; de volle waarheid ; in volle ernst ; met het volste recht ; in het volste vertrouwen ;een volle neefzoon van oom of tante;ten vollevolledig, geheel;Zuid-Nederlands :in, op volle dagop klaarlichte dag;Zuid-Nederlands :in volle nachtin het holst van de nacht;Zuid-Nederlands :in volle wintermidden in de winter, hartje winter;Zuid-Nederlands :in volle centrumin de binnenstad;Zuid-Nederlands :in volle straatmidden op straat;Zuid-Nederlands :in volle bloei, werking(van een zaak) goed beklant, goed draaiend;5 volwassen, volleerd; geheel normaal: iemand niet voor vol aanzien ;6 open: in volle zee ; Zuid-Nederlands :op de volle buiten of in de volle natuurin de vrije natuur, op het platteland;Zuid-Nederlands :in volle veldin het open, vrije veld;7 niet afgeroomd: volle melk ;8 bol door de wind: met volle zeilen ;9 Zuid-Nederlands massief: latten van vol beukenhout
geheel gevuld
overladen, verzadigd, beladen, gevuld, volzetbezaaid, doortrokken, wemelendvervuldgeheel, volkomen, dik, rond, ruim, ten volle, volledig, zuivervolleerd, volwassenopenmassiefweelderig
".