vat

Betekenis vat

De betekenis van vat is: "het -woordvaten1ton;communicerende vatennatuurkunde holle opstaande buizen die aan de onderzijde met elkaar verbonden zijn en in open verbinding staan met de buitenlucht, waardoor de oppervlakte van een zich daarin bevindende vloeistof altijd overal even hoog is;holle vaten klinken het hardstleeghoofden maken de grootste drukte;niet weten hoe men het in `t vat zal gietenniet weten hoe men te werk moet gaan;er ligt voor hem nog iets in het vathem staat nog iets (veelal iets onaangenaams) te wachten;wat in het vat zit, verzuurt nietwat men nog tegoed heeft krijgt men zeker;een vat vol tegenstrijdighedengezegd van een persoon met tegengestelde, elkaar afwisselende oordelen of neigingenhet vat der Danaïdenzie bij Danaïden ;2inhoudsmaat voor vloeistoffen, o.a. voor aardolie (= 0,158987 m 3 ), barrel;3kom, schotel; wat tot een eetservies behoort, vooral meervoudig zelfstandig naamwoord vaatwerk: de vaten wassen ;4kanaal in dierlijk en plantaardig organisme; zie ook bij vaatje2vatde -woord (mannelijk)greep, houvast;geen vat op iemand hebbena) geen invloed op iem. hebben; b) geen geestelijk contact met hem kunnen krijgen; c) geen goede reden tot maatregelen tegen hem hebben;geen vat op zich gevenzich niet blootstellen, geen aanleiding tot (straf)maatregelen geven
barrel, fust, ton, tobbegreep, handvat, heft, houder, houvastinvloed
".

Defenitie vat

De definitie van vat is: "het -woordvaten1ton;communicerende vatennatuurkunde holle opstaande buizen die aan de onderzijde met elkaar verbonden zijn en in open verbinding staan met de buitenlucht, waardoor de oppervlakte van een zich daarin bevindende vloeistof altijd overal even hoog is;holle vaten klinken het hardstleeghoofden maken de grootste drukte;niet weten hoe men het in `t vat zal gietenniet weten hoe men te werk moet gaan;er ligt voor hem nog iets in het vathem staat nog iets (veelal iets onaangenaams) te wachten;wat in het vat zit, verzuurt nietwat men nog tegoed heeft krijgt men zeker;een vat vol tegenstrijdighedengezegd van een persoon met tegengestelde, elkaar afwisselende oordelen of neigingenhet vat der Danaïdenzie bij Danaïden ;2inhoudsmaat voor vloeistoffen, o.a. voor aardolie (= 0,158987 m 3 ), barrel;3kom, schotel; wat tot een eetservies behoort, vooral meervoudig zelfstandig naamwoord vaatwerk: de vaten wassen ;4kanaal in dierlijk en plantaardig organisme; zie ook bij vaatje2vatde -woord (mannelijk)greep, houvast;geen vat op iemand hebbena) geen invloed op iem. hebben; b) geen geestelijk contact met hem kunnen krijgen; c) geen goede reden tot maatregelen tegen hem hebben;geen vat op zich gevenzich niet blootstellen, geen aanleiding tot (straf)maatregelen geven
barrel, fust, ton, tobbegreep, handvat, heft, houder, houvastinvloed
".