vast

Betekenis vast

De betekenis van vast is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet los, niet beweegbaar; een vast (vloer)kleed ;vaste goederenonroerende; vgl: vastgoed ;met vaste handzonder te beven;2stevig;vaste grond onder de voeten hebben, krijgen(meer) zekerheid hebben, krijgen;3niet vloeibaar of gasvormig: vaste stoffen ;4blijvend, niet tijdelijk: een vaste aanstelling, betrekking, vriendin ;vaste schuldeen overheidsschuld die is opgenomen tegen een lening op lange termijn;5 handel geen neiging tot prijsdaling hebbend;6 diep: vast slapen ;7 bestendig: vast weer ;8 onwankelbaar: een vast vertrouwen ;9 geregeld: op vaste tijden ;10vaste plantenplanten waarvan de wortels steeds blijven leven, zodat ze ieder voorjaar opnieuw uitlopen;11 stellig: ik kom vast ; het gaat vast sneeuwen ; vast en zeker ;12 voorlopig, ondertussen: ga maar vast
1 Niet los, stevig bevestigd. 2 Niet los te krijgen, muurvast.
er is meer vraag dan aanbod, waardoor de koersen stijgen (beursterm)
hogere koersen
consistent, fix, immobiel, schrap, stationair, stevig, voorgoed, bestendig, blijvend, compact, duurzaam, geconsolideerd, gevestigd, hecht, levenslang, onbeweeglijk, onveranderlijk, onwankelbaar, permanent, solide, stabiel, star, stijf, strak, voortdurendafgesproken, bepaald, beslist, geregeldgewis, stellig, zekeralvast, ondertussen, voorlopigdiepgestold, massiefonroerendkamerbreedachter slot en grendel, gevangen
".

Defenitie vast

De definitie van vast is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet los, niet beweegbaar; een vast (vloer)kleed ;vaste goederenonroerende; vgl: vastgoed ;met vaste handzonder te beven;2stevig;vaste grond onder de voeten hebben, krijgen(meer) zekerheid hebben, krijgen;3niet vloeibaar of gasvormig: vaste stoffen ;4blijvend, niet tijdelijk: een vaste aanstelling, betrekking, vriendin ;vaste schuldeen overheidsschuld die is opgenomen tegen een lening op lange termijn;5 handel geen neiging tot prijsdaling hebbend;6 diep: vast slapen ;7 bestendig: vast weer ;8 onwankelbaar: een vast vertrouwen ;9 geregeld: op vaste tijden ;10vaste plantenplanten waarvan de wortels steeds blijven leven, zodat ze ieder voorjaar opnieuw uitlopen;11 stellig: ik kom vast ; het gaat vast sneeuwen ; vast en zeker ;12 voorlopig, ondertussen: ga maar vast
1 Niet los, stevig bevestigd. 2 Niet los te krijgen, muurvast.
er is meer vraag dan aanbod, waardoor de koersen stijgen (beursterm)
hogere koersen
consistent, fix, immobiel, schrap, stationair, stevig, voorgoed, bestendig, blijvend, compact, duurzaam, geconsolideerd, gevestigd, hecht, levenslang, onbeweeglijk, onveranderlijk, onwankelbaar, permanent, solide, stabiel, star, stijf, strak, voortdurendafgesproken, bepaald, beslist, geregeldgewis, stellig, zekeralvast, ondertussen, voorlopigdiepgestold, massiefonroerendkamerbreedachter slot en grendel, gevangen
".