val

Betekenis val

De betekenis van val is: "Ide -woord (mannelijk)1het vallen;ten val komenfiguurlijk zijn macht kwijtraken;hoogmoed komt voor de valzie bij hoogmoed ;2ondergang: de val van een koningshuis ;3nederlaag, overgave: de val van Antwerpen ;4gedwongen ontslag van een ministerie;5 het zakken van het water in een rivier;6 zedelijk verval, het in zonde vallen;7 neergang, daling: de val van de dollar ;IIde -woordvallen1knip, klem om dieren in te vangen;in de val lopener inlopen, er intrappen, beetgenomen worden;2neervallend deurtje;3strookje aan een schoorsteen;dat heeft geen valdat past niet;4gerimpelde strook van gordijnstof, valletje;IIIhet -woordhijstouw, kardeel; zie ook valletje
1 Ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan. 2 Het omlaag gaan, de daling. 3 Het ten gevolge van de zwaartekracht onvrijwillig ergens op terecht komen. 4 De hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt. 5 Van zijn macht beroofd worden. 6 Richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan.
het dalen van de waterstand in een waterloop
hier:neerkomen vanuit een hoger gelegen punt
hier:omvallen uit een rechtopstaande positie
touw (staaldraad of ketting) waarmee een zeil, ra, vlag enz. gehesen of gevierd wordt
vistuig waarin de vis wordt gelokt d.m.v. aas, en waaruit de vis zeer moeilijk kan ontsnappen
ineenstorting, tenondergang, ondergangdaling, neergang, achteruitgang, vervalnederlaag, omverwerping, overgave, vernederingtuimeling, plof, smakhijstouw, kardeelvalstrik, voetangel, klem, knip, strikplooi
".

Defenitie val

De definitie van val is: "Ide -woord (mannelijk)1het vallen;ten val komenfiguurlijk zijn macht kwijtraken;hoogmoed komt voor de valzie bij hoogmoed ;2ondergang: de val van een koningshuis ;3nederlaag, overgave: de val van Antwerpen ;4gedwongen ontslag van een ministerie;5 het zakken van het water in een rivier;6 zedelijk verval, het in zonde vallen;7 neergang, daling: de val van de dollar ;IIde -woordvallen1knip, klem om dieren in te vangen;in de val lopener inlopen, er intrappen, beetgenomen worden;2neervallend deurtje;3strookje aan een schoorsteen;dat heeft geen valdat past niet;4gerimpelde strook van gordijnstof, valletje;IIIhet -woordhijstouw, kardeel; zie ook valletje
1 Ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan. 2 Het omlaag gaan, de daling. 3 Het ten gevolge van de zwaartekracht onvrijwillig ergens op terecht komen. 4 De hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt. 5 Van zijn macht beroofd worden. 6 Richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan.
het dalen van de waterstand in een waterloop
hier:neerkomen vanuit een hoger gelegen punt
hier:omvallen uit een rechtopstaande positie
touw (staaldraad of ketting) waarmee een zeil, ra, vlag enz. gehesen of gevierd wordt
vistuig waarin de vis wordt gelokt d.m.v. aas, en waaruit de vis zeer moeilijk kan ontsnappen
ineenstorting, tenondergang, ondergangdaling, neergang, achteruitgang, vervalnederlaag, omverwerping, overgave, vernederingtuimeling, plof, smakhijstouw, kardeelvalstrik, voetangel, klem, knip, strikplooi
".