uitspreken

Betekenis uitspreken

De betekenis van uitspreken is: "` uit - spre - ken(sprak uit, h. uitgesproken)1zeggen;2op een bepaalde manier zeggen;3een vonnis uitsprekenvellen;4klaar zijn met spreken: hij was eindelijk uitgesproken ;5zich uitsprekenzich uitlaten of spreken over iets wat men lang verzwegen heeft
zeggen, afleggen, afsteken, betuigen, prononceren, uitbazuinen, uitbrengen, uitdrukken, uiten, vellen, verklaren, verkondigen, vermelden
".

Defenitie uitspreken

De definitie van uitspreken is: "` uit - spre - ken(sprak uit, h. uitgesproken)1zeggen;2op een bepaalde manier zeggen;3een vonnis uitsprekenvellen;4klaar zijn met spreken: hij was eindelijk uitgesproken ;5zich uitsprekenzich uitlaten of spreken over iets wat men lang verzwegen heeft
zeggen, afleggen, afsteken, betuigen, prononceren, uitbazuinen, uitbrengen, uitdrukken, uiten, vellen, verklaren, verkondigen, vermelden
".