uitmaken

Betekenis uitmaken

De betekenis van uitmaken is: "` uit - ma - ken(maakte uit, h. uitgemaakt)1wegmaken, doen verdwijnen: vlekken uitmaken ;2 doen eindigen;3beslissen: een uitgemaakte zaak ; dat moeten zij maar uitmaken ;de dienst uitmakenbeslissende invloed hebben;4zijn, betekenen: dat maakt weinig uit ;5 vooral Zuid-Nederlands vormen: een bed, een tafel en een paar stoelen maakten zijn gehele bezit uit ; Zuid-Nederlands : al die eieren zouden een enorme eierkoek uitmaken ;6uitmaken vooruitschelden voor, spottend of smalend noemen: iemanduitmaken voor al wat lelijk is ;7 Zuid-Nederlands (definitief) vaststellen: het motief voor die moord moet nog uitgemaakt worden
beƫindigen, wegmaken, verwijderenbeslissen, vaststellenvormen, betekenen, zijnregelenschelenuitdoen
".

Defenitie uitmaken

De definitie van uitmaken is: "` uit - ma - ken(maakte uit, h. uitgemaakt)1wegmaken, doen verdwijnen: vlekken uitmaken ;2 doen eindigen;3beslissen: een uitgemaakte zaak ; dat moeten zij maar uitmaken ;de dienst uitmakenbeslissende invloed hebben;4zijn, betekenen: dat maakt weinig uit ;5 vooral Zuid-Nederlands vormen: een bed, een tafel en een paar stoelen maakten zijn gehele bezit uit ; Zuid-Nederlands : al die eieren zouden een enorme eierkoek uitmaken ;6uitmaken vooruitschelden voor, spottend of smalend noemen: iemanduitmaken voor al wat lelijk is ;7 Zuid-Nederlands (definitief) vaststellen: het motief voor die moord moet nog uitgemaakt worden
beƫindigen, wegmaken, verwijderenbeslissen, vaststellenvormen, betekenen, zijnregelenschelenuitdoen
".