uitkomen

Betekenis uitkomen

De betekenis van uitkomen is: "` uit - ko - men(kwam uit, is uitgekomen)1tevoorschijn komen;2 verouderd (voor het eerst) uit Europa in Nederlands-Indiƫ komen;3aan het licht komen: het bedrog kwam weldra uit ;4 verschijnen;5 kaartspel beginnen, de eerste kaart leggen;6uitkomen tegenin een wedstrijd spelen tegen;7 kloppen, sluiten: een rekening, een som die niet uitkomt ;8 toekomen: kom je uit met het geld? ;9 eindigen, overgaan in: die straat komt uit op een plein ; leiden naar: de deur komt uit op een portiek ;10 afsteken: de kop komt mooi uit tegen de donkere achtergrond ;11 gelegen komen, geschikt zijn: komt het voor allen goed uit?
1 Naar buiten komen. 2 Toegang geven (bijvoorbeeld van tijdschriften). 3 Te voorschijn komen, uitlopen. 4 Openbarsten zodat het jong eruit kan (van eieren). 5 Het bekend worden van (slechte) dingen. 6 Iets als resultaat hebben. 7 Rondkomen. 8 Gelegen komen.
uit het ei komen
verschijnenbeginnenkloppen, sluitentoekomeneindigen, uitlopenafstekenontkiemen, uitbotten, uitlopen, uitspruiten, ontluiken, ontspruiten, opkomenblijken, uitlekkenschikken, treffen
".

Defenitie uitkomen

De definitie van uitkomen is: "` uit - ko - men(kwam uit, is uitgekomen)1tevoorschijn komen;2 verouderd (voor het eerst) uit Europa in Nederlands-Indiƫ komen;3aan het licht komen: het bedrog kwam weldra uit ;4 verschijnen;5 kaartspel beginnen, de eerste kaart leggen;6uitkomen tegenin een wedstrijd spelen tegen;7 kloppen, sluiten: een rekening, een som die niet uitkomt ;8 toekomen: kom je uit met het geld? ;9 eindigen, overgaan in: die straat komt uit op een plein ; leiden naar: de deur komt uit op een portiek ;10 afsteken: de kop komt mooi uit tegen de donkere achtergrond ;11 gelegen komen, geschikt zijn: komt het voor allen goed uit?
1 Naar buiten komen. 2 Toegang geven (bijvoorbeeld van tijdschriften). 3 Te voorschijn komen, uitlopen. 4 Openbarsten zodat het jong eruit kan (van eieren). 5 Het bekend worden van (slechte) dingen. 6 Iets als resultaat hebben. 7 Rondkomen. 8 Gelegen komen.
uit het ei komen
verschijnenbeginnenkloppen, sluitentoekomeneindigen, uitlopenafstekenontkiemen, uitbotten, uitlopen, uitspruiten, ontluiken, ontspruiten, opkomenblijken, uitlekkenschikken, treffen
".