uitdoen

Betekenis uitdoen

De betekenis van uitdoen is: "` uit - doen(deed uit, h. uitgedaan)1uittrekken: zijn jas uitdoen ;2uitdoven: de lamp uitdoen ;3 Zuid-Nederlands uithalen, uitnemen, wegnemen; (bonen) doppen; (bomen, veldvruchten e.d.) rooien; (koeien e.d.) uit de stal naar de wei brengen;4 Zuid-Nederlands tot het einde toe verrichten, volmaken; (militaire dienst) uitdienen: zijn legerdienst uitdoen ; (een studie, school) doorlopen; (zijn straf) uitzitten; (een handeling) afmaken, afronden;(dat is) een uitgedane zaakeen uitgemaakte zaak; (van een zieke) het einde halen van:hij zal het jaar niet meer uitdoen
uitnemen, afdoen, afnemen, afzetten, uitdoven, uitdraaien, uithalen, uitmaken, uittrekken
".

Defenitie uitdoen

De definitie van uitdoen is: "` uit - doen(deed uit, h. uitgedaan)1uittrekken: zijn jas uitdoen ;2uitdoven: de lamp uitdoen ;3 Zuid-Nederlands uithalen, uitnemen, wegnemen; (bonen) doppen; (bomen, veldvruchten e.d.) rooien; (koeien e.d.) uit de stal naar de wei brengen;4 Zuid-Nederlands tot het einde toe verrichten, volmaken; (militaire dienst) uitdienen: zijn legerdienst uitdoen ; (een studie, school) doorlopen; (zijn straf) uitzitten; (een handeling) afmaken, afronden;(dat is) een uitgedane zaakeen uitgemaakte zaak; (van een zieke) het einde halen van:hij zal het jaar niet meer uitdoen
uitnemen, afdoen, afnemen, afzetten, uitdoven, uitdraaien, uithalen, uitmaken, uittrekken
".