tuig

Betekenis tuig

De betekenis van tuig is: "het -woord1 vooral in samenstellingen werktuigen, uitrusting: rijtuig, vliegtuig, zintuig ; figuurlijk kleren: goed in zijn tuig zitten ;2touwwerk van een schip;3 tuigen riemen enz. van een ingespannen paard;4slecht volk; slecht spul;5 tuigen Zuid-Nederlands apparaat, machine, gereedschap, instrument (ook als verzamelwoord: de apparaten etc.);6 tuigen Zuid-Nederlands wapen; projectiel
Samenstel van staand en lopend touwwerk en staaldraad aan masten, ra`s, bomen en andere hijsinrichtingen aan boord van vaartuigen, met inbegrip van die rondhouten en hijsinrichtingen zelf, alsook van de bijbehorende zeilen bij zeilschepen
tuigage, gereedschap, uitrustingapparaat, instrument, werktuig, machinewapengajes, gespuis, geteisem, schorem, uitschot
".

Defenitie tuig

De definitie van tuig is: "het -woord1 vooral in samenstellingen werktuigen, uitrusting: rijtuig, vliegtuig, zintuig ; figuurlijk kleren: goed in zijn tuig zitten ;2touwwerk van een schip;3 tuigen riemen enz. van een ingespannen paard;4slecht volk; slecht spul;5 tuigen Zuid-Nederlands apparaat, machine, gereedschap, instrument (ook als verzamelwoord: de apparaten etc.);6 tuigen Zuid-Nederlands wapen; projectiel
Samenstel van staand en lopend touwwerk en staaldraad aan masten, ra`s, bomen en andere hijsinrichtingen aan boord van vaartuigen, met inbegrip van die rondhouten en hijsinrichtingen zelf, alsook van de bijbehorende zeilen bij zeilschepen
tuigage, gereedschap, uitrustingapparaat, instrument, werktuig, machinewapengajes, gespuis, geteisem, schorem, uitschot
".