thuis

Betekenis thuis

De betekenis van thuis is: "bijwoord1in (eigen) huis: zij zit thuis bij de televisie ;2bij zich: handen thuis! ;3 figuurlijk op de hoogte: hij is goed thuis in die vakken ; zie ook bij markt2thuis ,te` huishet -woordeigen woning; gezin waar men als huisgenoot verkeert
Op het schip.
binnenhaardstede, tehuis, woonplaatservaren, geroutineerd, bedreven
".

Defenitie thuis

De definitie van thuis is: "bijwoord1in (eigen) huis: zij zit thuis bij de televisie ;2bij zich: handen thuis! ;3 figuurlijk op de hoogte: hij is goed thuis in die vakken ; zie ook bij markt2thuis ,te` huishet -woordeigen woning; gezin waar men als huisgenoot verkeert
Op het schip.
binnenhaardstede, tehuis, woonplaatservaren, geroutineerd, bedreven
".