telkens

Betekenis telkens

De betekenis van telkens is: "` tel - kensIbijwoordsteeds, elke keer, herhaaldelijk: zij maakt telkens dezelfde fout ;IIvoegwoordZuid-Nederlands iedere keer dat, telkens als: telkens ik wil gaan werken, word ik moe
keer op keer, om de haverklap, telkenmale, herhaaldelijk, steeds
".

Defenitie telkens

De definitie van telkens is: "` tel - kensIbijwoordsteeds, elke keer, herhaaldelijk: zij maakt telkens dezelfde fout ;IIvoegwoordZuid-Nederlands iedere keer dat, telkens als: telkens ik wil gaan werken, word ik moe
keer op keer, om de haverklap, telkenmale, herhaaldelijk, steeds
".