stuk

Betekenis stuk

De betekenis van stuk is: "Ihet -woordstukken, 2 ook stuks1gedeelte, brok; Zuid-Nederlands : stukken onderdelen (van een auto e.d.);aan één stuk (door)zonder ophouden, zonder tussenruimte, geheel aaneen;een stuk in een jas zetteneen lap;van stukje tot beetje of stukje bij beetjelangzaam aan;op geen stukken nanog lang niet;een kerel uit één stukiemand met een sterk karakter;een stuk informatieeen bep. hoeveelheid;Zuid-Nederlands :stukken van mensen (kosten, vragen e.d.)schandelijk veel (geld) (kosten, vragen e.d.);Zuid-Nederlands :vechten, slaan e.d., dat de stukken er(van) afvliegengeweldig, hevig, keihard; zie ook bijbrok , kraag , 1 lik ;2eenheid, exemplaar; 20 stuks ;een stuk of zesongeveer zes;stuk voor stukieder afzonderlijk;een stuk jenevereen vat;op stuk werkenwaarbij het loon bepaald wordt door het aantal exemplaren dat men aflevert;3gestalte, formaat: klein van stuk ;4een (lekker) stukeen mooi jong persoon;een stuk geschutkanon;5 elk der speelstukken van een schaakspel: de stukken op het bord zetten ; vooral een loper of paard: hij staat een stuk achter ;6 onderneming: een stout stukje ;7 toneelstuk, muziekstuk, kunstwerk;8 onderwerp; mening; beheersing: iem. van zijn stuk brengen ;voet bij stuk houdenvolharden in zijn eisen of overtuiging;van zijn stuk raken ;op zijn stuk blijven staanfiguurlijk volharden;Zuid-Nederlands :zeker zijn van zijn stukvan zijn zaak;Zuid-Nederlands :zijn stuk verstaana) zijn beroep, vak kennen; b) weten wat men doet;Zuid-Nederlands :op zijn stukken blijvenvolhouden, voet bij stuk houden;Zuid-Nederlands :op (het) stuk vanop het punt van, inzake, wat betreft;Zuid-Nederlands :op stuk van zakenper slot van rekening; zie ook bijovertuiging ;9 geschrift, bewijsstuk, diploma enz.: de ingekomen stukken ;10 klaverjassen heer en vrouw van troef in één slag op tafel of bij één speler in de hand: de waarde van stuk is 20 roem ;IIbijvoeglijk naamwoordkapot;stuk zijn vaner verrukt van zijn;vgl : stukkend
deeltjes visvlees waarvan de oorspronkelijke musculaire structuur is behouden en waarvan de kleinste afmeting niet kleiner is dan 1,2 cm
gegevens die bij elkaar behoren, onafhankelijk van de plaats waar zij zich bevinden, zodat delen van eenzelfde logisch record gespreid kunnen zijn over verschillende fysieke records
bete, pièce, brok, deel, eind, gedeelte, klomp, lap, stronk, weggeexemplaar, eenheidformaat, gestaltelekker ding, spettermuziekstuk, toneelstukaktebewijsstukbeschadigd, onklaar, defect, gebroken, kapot
".

Defenitie stuk

De definitie van stuk is: "Ihet -woordstukken, 2 ook stuks1gedeelte, brok; Zuid-Nederlands : stukken onderdelen (van een auto e.d.);aan één stuk (door)zonder ophouden, zonder tussenruimte, geheel aaneen;een stuk in een jas zetteneen lap;van stukje tot beetje of stukje bij beetjelangzaam aan;op geen stukken nanog lang niet;een kerel uit één stukiemand met een sterk karakter;een stuk informatieeen bep. hoeveelheid;Zuid-Nederlands :stukken van mensen (kosten, vragen e.d.)schandelijk veel (geld) (kosten, vragen e.d.);Zuid-Nederlands :vechten, slaan e.d., dat de stukken er(van) afvliegengeweldig, hevig, keihard; zie ook bijbrok , kraag , 1 lik ;2eenheid, exemplaar; 20 stuks ;een stuk of zesongeveer zes;stuk voor stukieder afzonderlijk;een stuk jenevereen vat;op stuk werkenwaarbij het loon bepaald wordt door het aantal exemplaren dat men aflevert;3gestalte, formaat: klein van stuk ;4een (lekker) stukeen mooi jong persoon;een stuk geschutkanon;5 elk der speelstukken van een schaakspel: de stukken op het bord zetten ; vooral een loper of paard: hij staat een stuk achter ;6 onderneming: een stout stukje ;7 toneelstuk, muziekstuk, kunstwerk;8 onderwerp; mening; beheersing: iem. van zijn stuk brengen ;voet bij stuk houdenvolharden in zijn eisen of overtuiging;van zijn stuk raken ;op zijn stuk blijven staanfiguurlijk volharden;Zuid-Nederlands :zeker zijn van zijn stukvan zijn zaak;Zuid-Nederlands :zijn stuk verstaana) zijn beroep, vak kennen; b) weten wat men doet;Zuid-Nederlands :op zijn stukken blijvenvolhouden, voet bij stuk houden;Zuid-Nederlands :op (het) stuk vanop het punt van, inzake, wat betreft;Zuid-Nederlands :op stuk van zakenper slot van rekening; zie ook bijovertuiging ;9 geschrift, bewijsstuk, diploma enz.: de ingekomen stukken ;10 klaverjassen heer en vrouw van troef in één slag op tafel of bij één speler in de hand: de waarde van stuk is 20 roem ;IIbijvoeglijk naamwoordkapot;stuk zijn vaner verrukt van zijn;vgl : stukkend
deeltjes visvlees waarvan de oorspronkelijke musculaire structuur is behouden en waarvan de kleinste afmeting niet kleiner is dan 1,2 cm
gegevens die bij elkaar behoren, onafhankelijk van de plaats waar zij zich bevinden, zodat delen van eenzelfde logisch record gespreid kunnen zijn over verschillende fysieke records
bete, pièce, brok, deel, eind, gedeelte, klomp, lap, stronk, weggeexemplaar, eenheidformaat, gestaltelekker ding, spettermuziekstuk, toneelstukaktebewijsstukbeschadigd, onklaar, defect, gebroken, kapot
".