steken

Betekenis steken

De betekenis van steken is: "` ste - ken(stak, h. gestoken)1in een zekere richting bewegen: zijn hoofd uit het raam steken ;2 vooral Zuid-Nederlands plaatsen, bergen, stoppen; zetten; de handen in de zakken steken ;zich in het nieuw stekennieuwe kleren aanschaffen;Zuid-Nederlands : iem. in bed steken ; Zuid-Nederlands : in de doofpot steken ; Zuid-Nederlands :in een lijst stekeninlijsten;Zuid-Nederlands :iets in elkaar stekenin elkaar zetten;Zuid-Nederlands :zich iets in het hoofd stekenin het hoofd halen;Zuid-Nederlands :aan iets de hand(en) stekende hand slaan;Zuid-Nederlands :geen hand (meer) aan iets stekenergens geen hand (meer) naar uitsteken;Zuid-Nederlands :het, de schuld op iem., iets stekeniem., iets de schuld geven; zie ook bijneus , wal , zak ;3prikken met een scherp voorwerp;4pijn veroorzaken die aan steken (bet 3) doet denken; figuurlijk ergeren, grieven;5 vastzitten;blijven stekenniet verder kunnen;Zuid-Nederlands :iem. laten stekeniem. in de steek laten;6 vooral Zuid-Nederlands zijn, zitten; (zich) bevinden, (ergens) vertoeven; in de schuld steken ;daar steekt wat achterdaar gaan onuitgesproken, onduidelijke bedoelingen achter schuil;Zuid-Nederlands : het geld stak in haar koffertje ; Zuid-Nederlands : hij stak in bed ; Zuid-Nederlands :in elkaar stekenin elkaar zitten: het programma stak goed in elkaar ;7 uit de grond spitten: turf steken ;8 Zuid-Nederlands borduren; stikken (van kleding);9 Zuid-Nederlands met iets gevuld, bedekt of bedeeld zijn;vol steken (met)vol zitten; voorzien zijn (van): de kast stak propvol boeken
Met de kop op de wind, zonder anker, beter weer afwachten
Verspaningsproces, waarbij de beitel de (gewoonlijk verticale) hoofdbeweging uitvoert en het werkstuk (soms de beitel) de aanzet
Verspaningsproces, waarbij de beitel de verticale hoofdbeweging met korte slag uitvoert en het werkstuk de aanzet
prikken, pikken, porrenbijten, prikkelen, prikkengrieven, ergerenbergen, plaatsen, stoppen, zettenvastzittenbevinden, vertoeven, zijn, zittenborduren, rijgen, stikken
".

Defenitie steken

De definitie van steken is: "` ste - ken(stak, h. gestoken)1in een zekere richting bewegen: zijn hoofd uit het raam steken ;2 vooral Zuid-Nederlands plaatsen, bergen, stoppen; zetten; de handen in de zakken steken ;zich in het nieuw stekennieuwe kleren aanschaffen;Zuid-Nederlands : iem. in bed steken ; Zuid-Nederlands : in de doofpot steken ; Zuid-Nederlands :in een lijst stekeninlijsten;Zuid-Nederlands :iets in elkaar stekenin elkaar zetten;Zuid-Nederlands :zich iets in het hoofd stekenin het hoofd halen;Zuid-Nederlands :aan iets de hand(en) stekende hand slaan;Zuid-Nederlands :geen hand (meer) aan iets stekenergens geen hand (meer) naar uitsteken;Zuid-Nederlands :het, de schuld op iem., iets stekeniem., iets de schuld geven; zie ook bijneus , wal , zak ;3prikken met een scherp voorwerp;4pijn veroorzaken die aan steken (bet 3) doet denken; figuurlijk ergeren, grieven;5 vastzitten;blijven stekenniet verder kunnen;Zuid-Nederlands :iem. laten stekeniem. in de steek laten;6 vooral Zuid-Nederlands zijn, zitten; (zich) bevinden, (ergens) vertoeven; in de schuld steken ;daar steekt wat achterdaar gaan onuitgesproken, onduidelijke bedoelingen achter schuil;Zuid-Nederlands : het geld stak in haar koffertje ; Zuid-Nederlands : hij stak in bed ; Zuid-Nederlands :in elkaar stekenin elkaar zitten: het programma stak goed in elkaar ;7 uit de grond spitten: turf steken ;8 Zuid-Nederlands borduren; stikken (van kleding);9 Zuid-Nederlands met iets gevuld, bedekt of bedeeld zijn;vol steken (met)vol zitten; voorzien zijn (van): de kast stak propvol boeken
Met de kop op de wind, zonder anker, beter weer afwachten
Verspaningsproces, waarbij de beitel de (gewoonlijk verticale) hoofdbeweging uitvoert en het werkstuk (soms de beitel) de aanzet
Verspaningsproces, waarbij de beitel de verticale hoofdbeweging met korte slag uitvoert en het werkstuk de aanzet
prikken, pikken, porrenbijten, prikkelen, prikkengrieven, ergerenbergen, plaatsen, stoppen, zettenvastzittenbevinden, vertoeven, zijn, zittenborduren, rijgen, stikken
".