springen

Betekenis springen

De betekenis van springen is: "` sprin - gen(sprong, 1 onovergankelijk h. en is, 2, 3 onovergankelijk is gesprongen)1zich met kracht van de grond verheffen: hij heeft 2,20 meter hoog gesprongen ; zij is over het hek gesprongen ; zie ook bij 1 bocht en 1 band ;2plotseling, met kracht tevoorschijn komen: de tranen sprongen hem in de ogen ;dat springt in het oogdat valt dadelijk op;zitten te springen om ietsiets dringend nodig hebben;staan te springen om temet ongeduld het moment afwachten om iets te kunnen gaan doen;erop (in) springenerop in haken;3plotseling openbreken, barsten, exploderen: gesprongen banden ; figuurlijk failliet gaan: de bank is gesprongen ;op springen staana) dreigen te exploderen, failliet te gaan e.d.; b) informeel nodig moeten urineren; c) (van een huwelijk of verhouding) op het punt staan verbroken, ontbonden worden
a) het verlaten van een programmadeel met behulp van een sprongopdracht ter voortzetting van een ander deel van het programma; b) bij programma-uitvoering, kiezen van een reeks opdrachten uit twee of meer mogelijke reeksen m.b.v. een beslissingsopdracht
joepen, dartelen, huppelenuit elkaar spatten, barsten, breken, exploderen, knappen, ontploffen, openbarsten, splijten, uitbarsten
".

Defenitie springen

De definitie van springen is: "` sprin - gen(sprong, 1 onovergankelijk h. en is, 2, 3 onovergankelijk is gesprongen)1zich met kracht van de grond verheffen: hij heeft 2,20 meter hoog gesprongen ; zij is over het hek gesprongen ; zie ook bij 1 bocht en 1 band ;2plotseling, met kracht tevoorschijn komen: de tranen sprongen hem in de ogen ;dat springt in het oogdat valt dadelijk op;zitten te springen om ietsiets dringend nodig hebben;staan te springen om temet ongeduld het moment afwachten om iets te kunnen gaan doen;erop (in) springenerop in haken;3plotseling openbreken, barsten, exploderen: gesprongen banden ; figuurlijk failliet gaan: de bank is gesprongen ;op springen staana) dreigen te exploderen, failliet te gaan e.d.; b) informeel nodig moeten urineren; c) (van een huwelijk of verhouding) op het punt staan verbroken, ontbonden worden
a) het verlaten van een programmadeel met behulp van een sprongopdracht ter voortzetting van een ander deel van het programma; b) bij programma-uitvoering, kiezen van een reeks opdrachten uit twee of meer mogelijke reeksen m.b.v. een beslissingsopdracht
joepen, dartelen, huppelenuit elkaar spatten, barsten, breken, exploderen, knappen, ontploffen, openbarsten, splijten, uitbarsten
".