sluiten

Betekenis sluiten

De betekenis van sluiten is: "` slui - ten(sloot, 1a, 2, 3, 5, 6 overgankelijk h., 1b onovergankelijk is, 4 onovergankelijk h. gesloten)1a dichtmaken, dichtdoen;de ogen voor iets sluitenhet niet willen zien, doen alsof het niet bestaat;met gesloten deurenniet openbaar;1b dichtgaan: dit café sluit om één uur ;2aansluiten; in, tegen elkaar passen: de gelederen sluiten ;3opbergen, wegsluiten;4kloppen: een niet sluitende rekening ; gelijke cijfers van inkomsten en uitgaven vertonend: een sluitende begroting ;5 beëindigen: de vergadering werd gesloten ; opheffen: men sluit die zaak ;6 aangaan: een overeenkomst, verdrag sluiten
De opening van een beker of een hol lichaam in een matrijs sluiten of vernauwen
hier:het sluiten
dichtdoen, dichtdraaien, dichttrekken, luiken, op slot doen, toedoen, toesluiten, dichtgaan, dichtmaken, zegelenaansluitenwegsluiten, opbergen, opsluitenkloppen, uitkomenbeëindigen, opdoeken, opheffen, eindigenaangaan, afsluiten, onderschrijven
".

Defenitie sluiten

De definitie van sluiten is: "` slui - ten(sloot, 1a, 2, 3, 5, 6 overgankelijk h., 1b onovergankelijk is, 4 onovergankelijk h. gesloten)1a dichtmaken, dichtdoen;de ogen voor iets sluitenhet niet willen zien, doen alsof het niet bestaat;met gesloten deurenniet openbaar;1b dichtgaan: dit café sluit om één uur ;2aansluiten; in, tegen elkaar passen: de gelederen sluiten ;3opbergen, wegsluiten;4kloppen: een niet sluitende rekening ; gelijke cijfers van inkomsten en uitgaven vertonend: een sluitende begroting ;5 beëindigen: de vergadering werd gesloten ; opheffen: men sluit die zaak ;6 aangaan: een overeenkomst, verdrag sluiten
De opening van een beker of een hol lichaam in een matrijs sluiten of vernauwen
hier:het sluiten
dichtdoen, dichtdraaien, dichttrekken, luiken, op slot doen, toedoen, toesluiten, dichtgaan, dichtmaken, zegelenaansluitenwegsluiten, opbergen, opsluitenkloppen, uitkomenbeëindigen, opdoeken, opheffen, eindigenaangaan, afsluiten, onderschrijven
".