slepen

Betekenis slepen

De betekenis van slepen is: "` sle - penI ( overgankelijk sleepte, h. gesleept)1iets zwaars voorttrekken; langs de grond doen schuren;2goederen met een voertuig vervoeren;3 informeel als voordeel of buit behalen: fooien, winsten slepen ; zie ook bij wacht ;4 figuurlijk door voorspraak iets doen bereiken: iem. erdoor slepen, erin slepen ;5met zich, na zich slepentot (ongunstig) gevolg hebben;II ( onovergankelijk sleepte, h. gesleept)1langs de grond schuren, afhangen in of op iets: haar ceintuur sleepte achter haar aan ;2 figuurlijk traag verlopen: die zaak sleept te lang2` sle - penverl tijd meerv van slijpen
losmaken van geploegde grond en in de bovenlaag verkruimelen, land vlakmaken (vooral van belang voor fijne zaden),tegengaan van onnodige verdroging van de bouwvoor en bevorderen van opdroging van de bovenlaag
losmaken van geploegde grond en in de bovenlaag verkruimelen, vlakmaken van land (vooral van belang voor fijne zaden),onnodig verdrogen van de bouwvoor tegengaan en bevorderen van opdroging van de bovenlaag
boegseren, voorttrekken, zeulen, meeslepen, sleuren, slieren, trekken, voortslepentraineren, voortslepen
".

Defenitie slepen

De definitie van slepen is: "` sle - penI ( overgankelijk sleepte, h. gesleept)1iets zwaars voorttrekken; langs de grond doen schuren;2goederen met een voertuig vervoeren;3 informeel als voordeel of buit behalen: fooien, winsten slepen ; zie ook bij wacht ;4 figuurlijk door voorspraak iets doen bereiken: iem. erdoor slepen, erin slepen ;5met zich, na zich slepentot (ongunstig) gevolg hebben;II ( onovergankelijk sleepte, h. gesleept)1langs de grond schuren, afhangen in of op iets: haar ceintuur sleepte achter haar aan ;2 figuurlijk traag verlopen: die zaak sleept te lang2` sle - penverl tijd meerv van slijpen
losmaken van geploegde grond en in de bovenlaag verkruimelen, land vlakmaken (vooral van belang voor fijne zaden),tegengaan van onnodige verdroging van de bouwvoor en bevorderen van opdroging van de bovenlaag
losmaken van geploegde grond en in de bovenlaag verkruimelen, vlakmaken van land (vooral van belang voor fijne zaden),onnodig verdrogen van de bouwvoor tegengaan en bevorderen van opdroging van de bovenlaag
boegseren, voorttrekken, zeulen, meeslepen, sleuren, slieren, trekken, voortslepentraineren, voortslepen
".