schrik

Betekenis schrik

De betekenis van schrik is: "de -woord (mannelijk)1plotselinge angst, ontsteltenis;de schrik erin hebben, houdende mensen met de bedreiging van of herinnering aan iets onaangenaams in voortdurende angst houden;de schrik sloeg hem om het harthij werd plotseling zeer angstig;met de schrik vrijkomenbij een ongeluk ongedeerd blijven;2iem. die of iets wat schrik aanjaagt: die hond is de schrik van de buurt ;3 Zuid-Nederlands angst, vrees;schrik hebben vanbang zijn voor
door een onverwachte (sterke) indruk teweeggebracht affect, plotseling angstgevoel, gewoonlijk vergezeld van een terug-of samentrekkende beweging
door een onverwachte indruk teweeggebracht affect, plotseling angstgevoel, gewoonlijk vergezeld van een terug-of samentrekkende beweging
ijzing, ontsteltenis, huivering, onrust, ontroering, ontzetting, opschudding, verschrikkingangst, vrees
".

Defenitie schrik

De definitie van schrik is: "de -woord (mannelijk)1plotselinge angst, ontsteltenis;de schrik erin hebben, houdende mensen met de bedreiging van of herinnering aan iets onaangenaams in voortdurende angst houden;de schrik sloeg hem om het harthij werd plotseling zeer angstig;met de schrik vrijkomenbij een ongeluk ongedeerd blijven;2iem. die of iets wat schrik aanjaagt: die hond is de schrik van de buurt ;3 Zuid-Nederlands angst, vrees;schrik hebben vanbang zijn voor
door een onverwachte (sterke) indruk teweeggebracht affect, plotseling angstgevoel, gewoonlijk vergezeld van een terug-of samentrekkende beweging
door een onverwachte indruk teweeggebracht affect, plotseling angstgevoel, gewoonlijk vergezeld van een terug-of samentrekkende beweging
ijzing, ontsteltenis, huivering, onrust, ontroering, ontzetting, opschudding, verschrikkingangst, vrees
".