schoon

Betekenis schoon

De betekenis van schoon is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1 vooral Zuid-Nederlands , ook plechtig mooi, prachtig: een schoon uitzicht ; een schone vrouw ; zie ook bij kunst (bet 2) en avond ;2zindelijk, niet vuil; weinig of geen verontreiniging van het milieu veroorzakend; Zuid-Nederlands :het gat schoon hebbenvrij spel hebben, een goede gelegenheid hebben;3uitsluitend bijw geheel en al: alles ging schoon op ; er schoon genoeg van hebben ;4netto; na aftrek van onkosten of inhoudingen: zij verdiende € 1973,85 schoon ;5 gunstig;de kans schoon zienzien dat er goede mogelijkheden zijn (tot iets);Zuid-Nederlands :ge hebt schoon spreken, klappen e.d.jij hebt mooi, makkelijk praten;6 leeg;een schoon kanaaltje(bij radioamateurs) waar niemand anders zendt;7 Zuid-Nederlands waardevol; flink; knap; degelijk; fatsoenlijk; een schoon toneelstuk ; een schone beeldhouwer ;8 Zuid-Nederlands verheven, loffelijk: schone manieren ; bewonderenswaardig;9 Zuid-Nederlands aangenaam, behaaglijk: schoon weer ; plezierig;iets schoon vragen, zeggenbeleefd;10 Zuid-Nederlands gelegen komend;op een schone dagop zekere dag, op een goeie dag;11 Zuid-Nederlands aanzienlijk, de moeite waard (van een bedrag, leeftijd e.d.): een schoon pensioentje2schoonvoegwoordverouderd ofschoon, hoewel
Niet(langer)afhankelijk van de verslavende stof,niet langer in(het)bezit van drugs
clean, helder, net, netjes, onbezoedeld, rein, vers, zindelijk, zuiveresthetisch, fraai, mooi, prachtig, smaakvolnettogunstigleegdegelijk, fatsoenlijk, flink, knap, waardevolbewonderenswaardig, loffelijk, verhevenaangenaam, behaaglijk, plezierigaanzienlijkhoewel, ofschoon
".

Defenitie schoon

De definitie van schoon is: "bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1 vooral Zuid-Nederlands , ook plechtig mooi, prachtig: een schoon uitzicht ; een schone vrouw ; zie ook bij kunst (bet 2) en avond ;2zindelijk, niet vuil; weinig of geen verontreiniging van het milieu veroorzakend; Zuid-Nederlands :het gat schoon hebbenvrij spel hebben, een goede gelegenheid hebben;3uitsluitend bijw geheel en al: alles ging schoon op ; er schoon genoeg van hebben ;4netto; na aftrek van onkosten of inhoudingen: zij verdiende € 1973,85 schoon ;5 gunstig;de kans schoon zienzien dat er goede mogelijkheden zijn (tot iets);Zuid-Nederlands :ge hebt schoon spreken, klappen e.d.jij hebt mooi, makkelijk praten;6 leeg;een schoon kanaaltje(bij radioamateurs) waar niemand anders zendt;7 Zuid-Nederlands waardevol; flink; knap; degelijk; fatsoenlijk; een schoon toneelstuk ; een schone beeldhouwer ;8 Zuid-Nederlands verheven, loffelijk: schone manieren ; bewonderenswaardig;9 Zuid-Nederlands aangenaam, behaaglijk: schoon weer ; plezierig;iets schoon vragen, zeggenbeleefd;10 Zuid-Nederlands gelegen komend;op een schone dagop zekere dag, op een goeie dag;11 Zuid-Nederlands aanzienlijk, de moeite waard (van een bedrag, leeftijd e.d.): een schoon pensioentje2schoonvoegwoordverouderd ofschoon, hoewel
Niet(langer)afhankelijk van de verslavende stof,niet langer in(het)bezit van drugs
clean, helder, net, netjes, onbezoedeld, rein, vers, zindelijk, zuiveresthetisch, fraai, mooi, prachtig, smaakvolnettogunstigleegdegelijk, fatsoenlijk, flink, knap, waardevolbewonderenswaardig, loffelijk, verhevenaangenaam, behaaglijk, plezierigaanzienlijkhoewel, ofschoon
".