schoen

Betekenis schoen

De betekenis van schoen is: "de -woord (mannelijk)schoenen1voetbekleding van leer enz.;op een schoen en een slof aankomenslordig of armoedig gekleed aankomen;de stoute schoenen aantrekkenzich vermannen;met loden schoenen gaanmet een bezwaard hart, met tegenzin;wie de schoen past, trekke hem aanwie zich schuldig voelt moet zich het gezegde maar aantrekken;iem. iets in de schoenen schuiveniem. ten onrechte van iets beschuldigen;niet graag in iems. schoenen staanniet graag in zijn plaats staan;niet recht in zijn schoenen staanniet volkomen eerlijk te werk gaan;niet vast in zijn schoenen staanzich niet geheel verantwoord weten; niet weten wat men wil;geen oude schoenen weggooien voor men nieuwe heefthet oude niet afdanken zolang er niets nieuws voor in de plaats is;weten waar de schoen (hem) wringtweten waar de moeilijkheid zit;Zuid-Nederlands :in nauwe (kleine, slechte) schoentjes zitten, raken e.d.in het nauw, in moeilijkheden zitten; zie ook bijhart (bet 2) ;2schoenvormig voorwerp
Schoeisel, bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen.
".

Defenitie schoen

De definitie van schoen is: "de -woord (mannelijk)schoenen1voetbekleding van leer enz.;op een schoen en een slof aankomenslordig of armoedig gekleed aankomen;de stoute schoenen aantrekkenzich vermannen;met loden schoenen gaanmet een bezwaard hart, met tegenzin;wie de schoen past, trekke hem aanwie zich schuldig voelt moet zich het gezegde maar aantrekken;iem. iets in de schoenen schuiveniem. ten onrechte van iets beschuldigen;niet graag in iems. schoenen staanniet graag in zijn plaats staan;niet recht in zijn schoenen staanniet volkomen eerlijk te werk gaan;niet vast in zijn schoenen staanzich niet geheel verantwoord weten; niet weten wat men wil;geen oude schoenen weggooien voor men nieuwe heefthet oude niet afdanken zolang er niets nieuws voor in de plaats is;weten waar de schoen (hem) wringtweten waar de moeilijkheid zit;Zuid-Nederlands :in nauwe (kleine, slechte) schoentjes zitten, raken e.d.in het nauw, in moeilijkheden zitten; zie ook bijhart (bet 2) ;2schoenvormig voorwerp
Schoeisel, bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen.
".