ruw

Betekenis ruw

De betekenis van ruw is: "kriebelig, onzacht, ruig, écru, getand, grof, hard, oneffen, ongelijk, schraal, zooronafgewerkt, onbereid, ongezuiverd, onbewerkthardhandig, lomp, ongekuist, ongelikt, ongezouten, plompweg, bars, beestachtig, boers, bruut, cru, frank, honds, lasterlijk, lomp, onbehouwen, onbeschaafd, onbeschaamd, oneerbiedig, ongemanierd, onguur, onhandig, onhebbelijk, onomwonden, plat, plomp, proleterig, rauw, rouw, ruwweg, schaamteloos, spottend, stotend, vrankbar, wild, woest
1 grof, onbesuisd 2 oneffen, niet glad
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1oneffen, grof, ruig;2onbewerkt: ruwe grondstoffen ;3niet fijn, onbeschaamd, lomp: ruw zijn in het spreken ;4wild, woest: ruw weer ;5 in grove trekken: een ruwe schatting maken
".

Defenitie ruw

De definitie van ruw is: "kriebelig, onzacht, ruig, écru, getand, grof, hard, oneffen, ongelijk, schraal, zooronafgewerkt, onbereid, ongezuiverd, onbewerkthardhandig, lomp, ongekuist, ongelikt, ongezouten, plompweg, bars, beestachtig, boers, bruut, cru, frank, honds, lasterlijk, lomp, onbehouwen, onbeschaafd, onbeschaamd, oneerbiedig, ongemanierd, onguur, onhandig, onhebbelijk, onomwonden, plat, plomp, proleterig, rauw, rouw, ruwweg, schaamteloos, spottend, stotend, vrankbar, wild, woest
1 grof, onbesuisd 2 oneffen, niet glad
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1oneffen, grof, ruig;2onbewerkt: ruwe grondstoffen ;3niet fijn, onbeschaamd, lomp: ruw zijn in het spreken ;4wild, woest: ruw weer ;5 in grove trekken: een ruwe schatting maken
".