roepen

Betekenis roepen

De betekenis van roepen is: "` roe - pen(riep, h. geroepen)1de stem luid verheffen;2 Zuid-Nederlands :roepen op, over iem., ietsa) (om) iem. roepen; b) naar iem., iets verlangen, hunkeren; c) iem., iets prijzen, roemen, zich met grote waardering uitlaten over;3roepen totbiddend aanroepen: roepen tot God ;4door het luid noemen van iems. naam zijn aandacht trachten te trekken;5 wakker doen worden: ik zal je om 7 uur roepen ;6 verzoeken of gebieden te komen: een dokter roepen, de kinderen roepen ;in het aanzijn (leven) roepenoprichten, doen ontstaan;7 benoemen, verkiezen: tot een ambt roepen ;8 bestemmen: tot iets groots geroepen zijn ;velen zijn geroepen maar weinigen uitverkorentot velen komt de uitnodiging, maar weinigen geven aan die uitnodiging gehoor (Mattheus 22 : 14); ook wel velen menen dat zij tot iets bijzonders bestemd zijn, maar slechts weinigen bereiken dat;9 Zuid-Nederlands , rooms-katholiek (m.b.t. een toekomstig bruidspaar) afroepen, van de preekstoel afkondigen dat de betrokkenen het voornemen hebben met elkaar te trouwen
naar iemand schreeuwen
schreeuwenbenoemen, verkiezenbestemmenafroepen
".

Defenitie roepen

De definitie van roepen is: "` roe - pen(riep, h. geroepen)1de stem luid verheffen;2 Zuid-Nederlands :roepen op, over iem., ietsa) (om) iem. roepen; b) naar iem., iets verlangen, hunkeren; c) iem., iets prijzen, roemen, zich met grote waardering uitlaten over;3roepen totbiddend aanroepen: roepen tot God ;4door het luid noemen van iems. naam zijn aandacht trachten te trekken;5 wakker doen worden: ik zal je om 7 uur roepen ;6 verzoeken of gebieden te komen: een dokter roepen, de kinderen roepen ;in het aanzijn (leven) roepenoprichten, doen ontstaan;7 benoemen, verkiezen: tot een ambt roepen ;8 bestemmen: tot iets groots geroepen zijn ;velen zijn geroepen maar weinigen uitverkorentot velen komt de uitnodiging, maar weinigen geven aan die uitnodiging gehoor (Mattheus 22 : 14); ook wel velen menen dat zij tot iets bijzonders bestemd zijn, maar slechts weinigen bereiken dat;9 Zuid-Nederlands , rooms-katholiek (m.b.t. een toekomstig bruidspaar) afroepen, van de preekstoel afkondigen dat de betrokkenen het voornemen hebben met elkaar te trouwen
naar iemand schreeuwen
schreeuwenbenoemen, verkiezenbestemmenafroepen
".