recht

Betekenis recht

De betekenis van recht is: "deel van de Belgische gemeente en stad Sankt Vith, prov. Luik
Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1gestrekt, niet krom: een rechte lijn ; Zuid-Nederlands :hij wil rechta) hij wil opstaan; b) hij wil rechtop zitten;2juist, goed;de rechte man op de rechte plaatsiemand die zeer geschikt is voor het werk dat hij doet;te rechter tijdop het juiste ogenblik; zie ook bijeind ;3recht en slechteerlijk en eenvoudig;recht op en neerklare jenever;Zuid-Nederlands :recht voor de vuist zijnoprecht, recht door zee;4 verouderd echt: een rechte sukkel ;5 precies, goed: iets niet recht meer weten ;6 meetkunde van 90°: een rechte hoek ;IIhet -woordrechten1wettelijke voorschriften;2toepassing van de wettelijke voorschriften: iem. in rechte(n) vervolgen ;3kennis van de wettelijke voorschriften: rechten studeren ;4rechtvaardigheid, hetgeen als rechtvaardig en billijk wordt beschouwd: iem. recht laten wedervaren ;het recht moet zijn loop hebbenwat rechtvaardig is moet gebeuren;tot zijn recht komennaar verdienste uitkomen;5 bevoegdheid, aanspraak op: recht hebben op ;op zijn recht staanvasthouden aan zijn aanspraken op iets;het recht in eigen hand nemeneigenmachtig straffen gaan uitdelen of beslissingen nemen die aan gerechtelijke instanties voorbehouden zijn;6met rechtop goede gronden, terecht;7 vooral mv belasting, heffing: beschermende rechten ; inkomende rechten
gestrektdirect, rechtstreeksjuist, billijk, echt, goed, rechtmatigpreciesjusgerechtigheid, rechtvaardigheidaanspraak op, bevoegdheidbelasting, heffing, leges, taks
".

Defenitie recht

De definitie van recht is: "deel van de Belgische gemeente en stad Sankt Vith, prov. Luik
Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1gestrekt, niet krom: een rechte lijn ; Zuid-Nederlands :hij wil rechta) hij wil opstaan; b) hij wil rechtop zitten;2juist, goed;de rechte man op de rechte plaatsiemand die zeer geschikt is voor het werk dat hij doet;te rechter tijdop het juiste ogenblik; zie ook bijeind ;3recht en slechteerlijk en eenvoudig;recht op en neerklare jenever;Zuid-Nederlands :recht voor de vuist zijnoprecht, recht door zee;4 verouderd echt: een rechte sukkel ;5 precies, goed: iets niet recht meer weten ;6 meetkunde van 90°: een rechte hoek ;IIhet -woordrechten1wettelijke voorschriften;2toepassing van de wettelijke voorschriften: iem. in rechte(n) vervolgen ;3kennis van de wettelijke voorschriften: rechten studeren ;4rechtvaardigheid, hetgeen als rechtvaardig en billijk wordt beschouwd: iem. recht laten wedervaren ;het recht moet zijn loop hebbenwat rechtvaardig is moet gebeuren;tot zijn recht komennaar verdienste uitkomen;5 bevoegdheid, aanspraak op: recht hebben op ;op zijn recht staanvasthouden aan zijn aanspraken op iets;het recht in eigen hand nemeneigenmachtig straffen gaan uitdelen of beslissingen nemen die aan gerechtelijke instanties voorbehouden zijn;6met rechtop goede gronden, terecht;7 vooral mv belasting, heffing: beschermende rechten ; inkomende rechten
gestrektdirect, rechtstreeksjuist, billijk, echt, goed, rechtmatigpreciesjusgerechtigheid, rechtvaardigheidaanspraak op, bevoegdheidbelasting, heffing, leges, taks
".