praktisch

Betekenis praktisch

De betekenis van praktisch is: "` prak - tisch(«Duits«Grieks)bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1betrekking hebbend op de toepassing, de praktijk;2betrekking hebbend op, zinvol voor het dagelijks leven;3doelmatig, voordeel of gemak gevend in de toepassing op het dagelijks leven; handig;4feitelijk; vrijwel
handig
bruikbaar, dienstig, doelmatigtoegepasthandigvrijwel, feitelijknuchter, prozaïsch
".

Defenitie praktisch

De definitie van praktisch is: "` prak - tisch(«Duits«Grieks)bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1betrekking hebbend op de toepassing, de praktijk;2betrekking hebbend op, zinvol voor het dagelijks leven;3doelmatig, voordeel of gemak gevend in de toepassing op het dagelijks leven; handig;4feitelijk; vrijwel
handig
bruikbaar, dienstig, doelmatigtoegepasthandigvrijwel, feitelijknuchter, prozaïsch
".