pols

Betekenis pols

De betekenis van pols is: "(«Latijn)de -woord (mannelijk)polsen1onderarmgedeelte bij de hand; polsslag;iem. de pols voelende snelheid van de polsslag vaststellen, figuurlijk door vragen en praten trachten na te gaan wat er in iem. zit;de vinger aan de pols houdenfiguurlijk iets blijven controleren, goed in de gaten blijven houden;uit de losse polsa) zonder voorbereiding, voor de vuist weg; b) zonder moeite, met groot gemak;2polsstok
1 Regelmatige klopping in de slagaderen, veroorzaakt door de bloedgolven onstaan bij het samentrekken van het hart. 2 Plaats in de onderarm waar de pols meestal wordt gevoeld. 3 Gewricht in dat de arm met de hand verbind.
de rhythmische uitzetting en samentrekking van een arterie, welke het gemakkelijkste is te voelen aan de radiale zijde van de pols
gevormd door de 8 handwortelbeentjes, de ossa carpalia; de overgang van onderarm in hand
palpitatie, pulsatie, polsslagpolsstok
".

Defenitie pols

De definitie van pols is: "(«Latijn)de -woord (mannelijk)polsen1onderarmgedeelte bij de hand; polsslag;iem. de pols voelende snelheid van de polsslag vaststellen, figuurlijk door vragen en praten trachten na te gaan wat er in iem. zit;de vinger aan de pols houdenfiguurlijk iets blijven controleren, goed in de gaten blijven houden;uit de losse polsa) zonder voorbereiding, voor de vuist weg; b) zonder moeite, met groot gemak;2polsstok
1 Regelmatige klopping in de slagaderen, veroorzaakt door de bloedgolven onstaan bij het samentrekken van het hart. 2 Plaats in de onderarm waar de pols meestal wordt gevoeld. 3 Gewricht in dat de arm met de hand verbind.
de rhythmische uitzetting en samentrekking van een arterie, welke het gemakkelijkste is te voelen aan de radiale zijde van de pols
gevormd door de 8 handwortelbeentjes, de ossa carpalia; de overgang van onderarm in hand
palpitatie, pulsatie, polsslagpolsstok
".