plat

Betekenis plat

De betekenis van plat is: "1[plà](Frans«Grieks)de -woord (mannelijk)platsschotel;plat du jour(in restaurants) dagschotel;plat du soir(in restaurants) avondgerecht, zijnde één schotel van het menu;Zuid-Nederlands :koude platkoude schotel2plat(«Frans«Latijn)Ihet -woordplatten1plat dak; vgl : platje ;2platte kant, bijv. van een sabel ;3onderzeese hoogvlakte; zie ook bij continentaal ;4vals platwielersport schijnbaar vlak stuk weg dat in werkelijkheid een lichte helling is;5 dialect: die Achterhoekse popgroep zong plat ;IIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1vlak; dun; ondiep; niet hoog;plat glasbroeiramen met liggend glas (ook aaneengeschreven: platglas );een plat kinddat nog niet staan of lopen kan;plat gaaninformeel a) geslachtsgemeenschap hebben; b) onder de indruk raken van iem. of iets;plat liggenstilliggen van een bedrijf door staking;2alledaags, ordinair; onbeschaafd; schunnig: een platte grap ;3 Zuid-Nederlands week, zacht; beurs, overrijp;platte broodjes bakkenzoete broodjes bakken;4 Zuid-Nederlands (van smaak) slap, flauw: plat bier ;plat waterwater zonder prik;5 Zuid-Nederlands slim, geslepen, uitgeslapen;iem. te plat zijniem. te slim af zijn;6 vooral Zuid-Nederlands (van een band) lek: hij reed plat ;7 Zuid-Nederlands platzak, blut: plat zijn ;zo plat als een luishelemaal blut
schoteldialectafgeplat, ondiep, dun, effen, vlakordinair, plebejisch, schunnig, alledaags, banaal, onbeschaafd, ordinair, ruw, schuin, triviaal, vulgairoverrijp, beurs, week, zachtflauw, slapgeslepen, slim, uitgeslapenlek, leegplatzak, blutplankerigronduitlancetvisje
".

Defenitie plat

De definitie van plat is: "1[plà](Frans«Grieks)de -woord (mannelijk)platsschotel;plat du jour(in restaurants) dagschotel;plat du soir(in restaurants) avondgerecht, zijnde één schotel van het menu;Zuid-Nederlands :koude platkoude schotel2plat(«Frans«Latijn)Ihet -woordplatten1plat dak; vgl : platje ;2platte kant, bijv. van een sabel ;3onderzeese hoogvlakte; zie ook bij continentaal ;4vals platwielersport schijnbaar vlak stuk weg dat in werkelijkheid een lichte helling is;5 dialect: die Achterhoekse popgroep zong plat ;IIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1vlak; dun; ondiep; niet hoog;plat glasbroeiramen met liggend glas (ook aaneengeschreven: platglas );een plat kinddat nog niet staan of lopen kan;plat gaaninformeel a) geslachtsgemeenschap hebben; b) onder de indruk raken van iem. of iets;plat liggenstilliggen van een bedrijf door staking;2alledaags, ordinair; onbeschaafd; schunnig: een platte grap ;3 Zuid-Nederlands week, zacht; beurs, overrijp;platte broodjes bakkenzoete broodjes bakken;4 Zuid-Nederlands (van smaak) slap, flauw: plat bier ;plat waterwater zonder prik;5 Zuid-Nederlands slim, geslepen, uitgeslapen;iem. te plat zijniem. te slim af zijn;6 vooral Zuid-Nederlands (van een band) lek: hij reed plat ;7 Zuid-Nederlands platzak, blut: plat zijn ;zo plat als een luishelemaal blut
schoteldialectafgeplat, ondiep, dun, effen, vlakordinair, plebejisch, schunnig, alledaags, banaal, onbeschaafd, ordinair, ruw, schuin, triviaal, vulgairoverrijp, beurs, week, zachtflauw, slapgeslepen, slim, uitgeslapenlek, leegplatzak, blutplankerigronduitlancetvisje
".