passen

Betekenis passen

De betekenis van passen is: "` pas - sen(paste, h. gepast)1de juiste maat hebben: die schoenen passen niet ; figuurlijk betamen, behoorlijk zijn: dat past niet voor een ondergeschikte ;passen bij (in)behoren bij, aansluiten bij, in overeenstemming zijn met;2op de juiste wijze aanbrengen of invoegen: de radertjes in elkaar passen ;met passen en meten wordt de tijd versletendoor te veel overwegen en berekenen gaat de tijd voor handelen voorbij;3het juiste bedrag betalen: kunt u het niet passen? ;4onderzoeken of iets de juiste maat heeft: een jas passen ;5 kaartspel zijn beurt voorbij laten gaan, niet spelen; figuurlijk weigeren;daar pas ik voordat doe ik niet;6passen optoezien op, waken voor, zorgen voor, letten op; zie ook bij kleintje ;7 geschikt zijn voor: een werkkring die hem past ;8 gelegen komen: als het u past2pas - sen[` paas ` (n)](«Engels) (passte, h. gepasst)sport de bal naar een medespeler overspelen
betamen, horenconveniëren, schikken, voegenweigerenaansluiten, kloppen, rijmenoverspelen
".

Defenitie passen

De definitie van passen is: "` pas - sen(paste, h. gepast)1de juiste maat hebben: die schoenen passen niet ; figuurlijk betamen, behoorlijk zijn: dat past niet voor een ondergeschikte ;passen bij (in)behoren bij, aansluiten bij, in overeenstemming zijn met;2op de juiste wijze aanbrengen of invoegen: de radertjes in elkaar passen ;met passen en meten wordt de tijd versletendoor te veel overwegen en berekenen gaat de tijd voor handelen voorbij;3het juiste bedrag betalen: kunt u het niet passen? ;4onderzoeken of iets de juiste maat heeft: een jas passen ;5 kaartspel zijn beurt voorbij laten gaan, niet spelen; figuurlijk weigeren;daar pas ik voordat doe ik niet;6passen optoezien op, waken voor, zorgen voor, letten op; zie ook bij kleintje ;7 geschikt zijn voor: een werkkring die hem past ;8 gelegen komen: als het u past2pas - sen[` paas ` (n)](«Engels) (passte, h. gepasst)sport de bal naar een medespeler overspelen
betamen, horenconveniëren, schikken, voegenweigerenaansluiten, kloppen, rijmenoverspelen
".