pas

Betekenis pas

De betekenis van pas is: "de -woordpara-amino-salicylzuur een middel tegen t.b.c
(«Frans)Ide -woord (mannelijk)passen1stap;in de pas lopena) gelijke stap houden met anderen; b figuurlijk zich net zo gedragen als de anderen, niet uit de toon vallen; afstand met één stap afgelegd:veertig passen lang ;bij iem. in de pas staanbij hem in de gunst staan;pas op de plaats makenloopbewegingen maken zonder zich te verplaatsen; figuurlijk de bestaande situatie handhaven;2smalle doorgang of overgang in gebergte;iem. de pas afsnijdena) hem verhinderen verder te gaan; b) iem. een kans ontnemen;3paspoort;4betaalpas; zie ook pasje ;IIhet -woord(het juiste) tijdstip; op dat pas ;iets te pas brengenin het juiste verband ter sprake brengen;als het pas geeftals er een geschikte gelegenheid voor is;dat geeft geen pas of dat komt niet te pasdat is onbehoorlijk;ergens aan te pas komentussenbeide komen, helpen;ergens bij te pas komenerbij gebruikt worden;van pas komenop het goede ogenblik komen, juist nodig zijn;als het in zijn kraam te pas komtals het hem goed uitkomt; zie ook bijonpas ;IIIbijwoord1juist, net, kort geleden: hij is pas geweest ;2niet eerder dan: 6 december begint de school pas om tien uur ;3niet verder dan, slechts: ik ben pas op bladzijde tien ; het arme kind was pas acht ;4echt: dat is pas feestvieren!2pasIhet -woordpassenwaterpas (I);IIbijwoordwaterpas (II)3pasde -woord (mannelijk)het passen;in de pas(van een kledingstuk) pasklaar (bet 2)4pasbijwoordpassend, gelijk, zoals het zijn moet: iets pas zagen5pastussenwerpsel1 uitroep om aan te geven dat men even niet aan het spel deelneemt (bij tikkertje mag men dan bijv. niet worden getikt; vaak ook passie ;2 kaartspel verkorting van `ik pas`6pas[pà](Frans«Latijn)de -woord (mannelijk)meervoud idemschrede; tred;pas de deuxballetdans voor twee personen
schrede, stapgang, treddoorgangpaspoortbetaalpaslaissez-passerjuist, kortelings, nauwelijks, net, onlangsslechts, eerst, maarechtwaterpasbergpas, engte, zadelpassend
".

Defenitie pas

De definitie van pas is: "de -woordpara-amino-salicylzuur een middel tegen t.b.c
(«Frans)Ide -woord (mannelijk)passen1stap;in de pas lopena) gelijke stap houden met anderen; b figuurlijk zich net zo gedragen als de anderen, niet uit de toon vallen; afstand met één stap afgelegd:veertig passen lang ;bij iem. in de pas staanbij hem in de gunst staan;pas op de plaats makenloopbewegingen maken zonder zich te verplaatsen; figuurlijk de bestaande situatie handhaven;2smalle doorgang of overgang in gebergte;iem. de pas afsnijdena) hem verhinderen verder te gaan; b) iem. een kans ontnemen;3paspoort;4betaalpas; zie ook pasje ;IIhet -woord(het juiste) tijdstip; op dat pas ;iets te pas brengenin het juiste verband ter sprake brengen;als het pas geeftals er een geschikte gelegenheid voor is;dat geeft geen pas of dat komt niet te pasdat is onbehoorlijk;ergens aan te pas komentussenbeide komen, helpen;ergens bij te pas komenerbij gebruikt worden;van pas komenop het goede ogenblik komen, juist nodig zijn;als het in zijn kraam te pas komtals het hem goed uitkomt; zie ook bijonpas ;IIIbijwoord1juist, net, kort geleden: hij is pas geweest ;2niet eerder dan: 6 december begint de school pas om tien uur ;3niet verder dan, slechts: ik ben pas op bladzijde tien ; het arme kind was pas acht ;4echt: dat is pas feestvieren!2pasIhet -woordpassenwaterpas (I);IIbijwoordwaterpas (II)3pasde -woord (mannelijk)het passen;in de pas(van een kledingstuk) pasklaar (bet 2)4pasbijwoordpassend, gelijk, zoals het zijn moet: iets pas zagen5pastussenwerpsel1 uitroep om aan te geven dat men even niet aan het spel deelneemt (bij tikkertje mag men dan bijv. niet worden getikt; vaak ook passie ;2 kaartspel verkorting van `ik pas`6pas[pà](Frans«Latijn)de -woord (mannelijk)meervoud idemschrede; tred;pas de deuxballetdans voor twee personen
schrede, stapgang, treddoorgangpaspoortbetaalpaslaissez-passerjuist, kortelings, nauwelijks, net, onlangsslechts, eerst, maarechtwaterpasbergpas, engte, zadelpassend
".