pakken

Betekenis pakken

De betekenis van pakken is: "` pak - ken(pakte, h. gepakt)1grijpen, nemen; gevangennemen;iets te pakken hebbena) erdoor aangetast zijn; b) het begrijpen, goed kunnen;iets te pakken krijgena) ergens door aangetast worden; b) iets in handen weten te krijgen; c) iets begrijpen; er handigheid in krijgen;iem. te pakken nemena) hem onder handen nemen; b) hem voor de gek houden, foppen, beetnemen; c) Zuid-Nederlands hem bedriegen, belazeren;Zuid-Nederlands :een kou pakkenkou vatten;Zuid-Nederlands :een schrik pakkenschrikken;Zuid-Nederlands :iem. op zijn woorden pakkenaan zijn woord houden;2indruk maken, de aandacht trekken: een pakkende reclame ; boeien: het boek heeft een pakkend slot ;3omarmen; ook seksueel misbruiken;4inpakken: we hebben onze koffers gepakt ;5 stevig worden, zich vastzetten: de sneeuw pakt; de verf pakt ; zich vastgrijpen: de schroef pakt ;6 Zuid-Nederlands wegnemen, stelen;7 Zuid-Nederlands onaangenaam aandoen, hinderen; slaan op: de rook pakte me in mijn keel ;8 vooral Zuid-Nederlands treffen, aangrijpen, ontroeren;9 Zuid-Nederlands lukken;dat zal niet pakkendat zal niet lukken, die vlieger gaat niet op
methode van binnenhalen van de vangst door het op en neer bewegen van de jomperdraad, vastgemaakt aan de verdeelstrop van de kuil en de zgn. jojo, die om het netwerk van de tunnel wordt geslagen
grijpen, nemen, opnemenaanhouden, arresteren, gevangennemen, inrekenen, vangenaanslaan, inslaanaanspreken, boeienaangrijpen, ontroeren, treffenomarmen, omhelzeninpakkeninpikken, stelen, wegnemenhinderenlukken
".

Defenitie pakken

De definitie van pakken is: "` pak - ken(pakte, h. gepakt)1grijpen, nemen; gevangennemen;iets te pakken hebbena) erdoor aangetast zijn; b) het begrijpen, goed kunnen;iets te pakken krijgena) ergens door aangetast worden; b) iets in handen weten te krijgen; c) iets begrijpen; er handigheid in krijgen;iem. te pakken nemena) hem onder handen nemen; b) hem voor de gek houden, foppen, beetnemen; c) Zuid-Nederlands hem bedriegen, belazeren;Zuid-Nederlands :een kou pakkenkou vatten;Zuid-Nederlands :een schrik pakkenschrikken;Zuid-Nederlands :iem. op zijn woorden pakkenaan zijn woord houden;2indruk maken, de aandacht trekken: een pakkende reclame ; boeien: het boek heeft een pakkend slot ;3omarmen; ook seksueel misbruiken;4inpakken: we hebben onze koffers gepakt ;5 stevig worden, zich vastzetten: de sneeuw pakt; de verf pakt ; zich vastgrijpen: de schroef pakt ;6 Zuid-Nederlands wegnemen, stelen;7 Zuid-Nederlands onaangenaam aandoen, hinderen; slaan op: de rook pakte me in mijn keel ;8 vooral Zuid-Nederlands treffen, aangrijpen, ontroeren;9 Zuid-Nederlands lukken;dat zal niet pakkendat zal niet lukken, die vlieger gaat niet op
methode van binnenhalen van de vangst door het op en neer bewegen van de jomperdraad, vastgemaakt aan de verdeelstrop van de kuil en de zgn. jojo, die om het netwerk van de tunnel wordt geslagen
grijpen, nemen, opnemenaanhouden, arresteren, gevangennemen, inrekenen, vangenaanslaan, inslaanaanspreken, boeienaangrijpen, ontroeren, treffenomarmen, omhelzeninpakkeninpikken, stelen, wegnemenhinderenlukken
".