pak

Betekenis pak

De betekenis van pak is: "het -woordpakken1iets wat ingepakt is; zie ook pakje ;dat is een pak van mijn hartdat is een hele zorg minder;(niet) bij de pakken neerzittende moed (niet) opgeven;met pak en zakmet alles wat men heeft;Zuid-Nederlands :pak en zak makenpakken, zich klaarmaken;Zuid-Nederlands :zijn pakske makena) zijn koffer pakken; b) (gaan) sterven;Zuid-Nederlands :zijn pakske wegdragengaan biechten;Zuid-Nederlands :met een zwaar pak lopenveel op zijn kerfstok hebben;2kostuum;een nat pak halennat regenen of in het water vallen;van hetzelfde laken een pakop dezelfde manier, van dezelfde soort;hij heeft een pak uitgetrokkenhij is zeer vermagerd;3dikke laag: een pak sneeuw ;4hoeveelheid: een pak slaag ; Zuid-Nederlands :een pak zenuwenéén bonk zenuwen;Zuid-Nederlands :een goed, flink pakheel wat, behoorlijk;Zuid-Nederlands :een pak kaartena) een spel kaarten; b) een stapeltje kaarten; stok (bet 5);5 Zuid-Nederlands zak, zakje, builtje: een pakje friet2pakde -woord (mannelijk)Zuid-Nederlands1het pakken of grijpen, greep; manier waarop men iets grijpt;(geen) pak aan iets hebben(geen) houvast hebben;pak hebben op iem.vat hebben; indruk maken;ergens de pak van (weg) hebbener de slag van te pakken hebben;2 pakken goede, gelukkige greep, buitenkansje;een (goede) pak hebben aan ietser een koopje of buitenkansje aan hebben
bij gebruik van ponskaarten, een verzameling ponskaarten met gegevens voor een bepaalde gang(1); pakket of stapel geponste kaarten(2)
baal, bundel, collihoeveelheidkostuumgreepbuitenkansje
".

Defenitie pak

De definitie van pak is: "het -woordpakken1iets wat ingepakt is; zie ook pakje ;dat is een pak van mijn hartdat is een hele zorg minder;(niet) bij de pakken neerzittende moed (niet) opgeven;met pak en zakmet alles wat men heeft;Zuid-Nederlands :pak en zak makenpakken, zich klaarmaken;Zuid-Nederlands :zijn pakske makena) zijn koffer pakken; b) (gaan) sterven;Zuid-Nederlands :zijn pakske wegdragengaan biechten;Zuid-Nederlands :met een zwaar pak lopenveel op zijn kerfstok hebben;2kostuum;een nat pak halennat regenen of in het water vallen;van hetzelfde laken een pakop dezelfde manier, van dezelfde soort;hij heeft een pak uitgetrokkenhij is zeer vermagerd;3dikke laag: een pak sneeuw ;4hoeveelheid: een pak slaag ; Zuid-Nederlands :een pak zenuwenéén bonk zenuwen;Zuid-Nederlands :een goed, flink pakheel wat, behoorlijk;Zuid-Nederlands :een pak kaartena) een spel kaarten; b) een stapeltje kaarten; stok (bet 5);5 Zuid-Nederlands zak, zakje, builtje: een pakje friet2pakde -woord (mannelijk)Zuid-Nederlands1het pakken of grijpen, greep; manier waarop men iets grijpt;(geen) pak aan iets hebben(geen) houvast hebben;pak hebben op iem.vat hebben; indruk maken;ergens de pak van (weg) hebbener de slag van te pakken hebben;2 pakken goede, gelukkige greep, buitenkansje;een (goede) pak hebben aan ietser een koopje of buitenkansje aan hebben
bij gebruik van ponskaarten, een verzameling ponskaarten met gegevens voor een bepaalde gang(1); pakket of stapel geponste kaarten(2)
baal, bundel, collihoeveelheidkostuumgreepbuitenkansje
".