opzetten

Betekenis opzetten

De betekenis van opzetten is: "` op - zet - ten(zette op, 1, 2, 3, 4, 5, 6 overgankelijk h., 8 onovergankelijk is opgezet)1op iets zetten: zijn hoed opzetten ; op het vuur zetten: het eten opzetten ;2rechtop zetten: plaatjes uitknippen en opzetten ; (bij schaken e.d.) de stukken voor het spel gereedzetten;3 de ingewanden en andere weke delen verwijderen en de huid zo opvullen dat het dier zijn natuurlijke vorm weer krijgt;4 inzetten: een euro opzetten ;5 beginnen: een winkeltje opzetten ; (van brei- of haakwerk) de eerste steken maken;6 ophitsen: twee jongens tegen elkaar opzetten ;7 (vooral onbepaalde wijs met komen (zie aldaar)) aanzetten, naderen:het onweer kwam opzetten ;8 zwellen: een opgezet oog ;9 openzetten, openen;een grote mond opzettenbrutale woorden uiten;grote ogen opzettenverbaasd kijken
taxidermie;de kunst dierehuiden op de juiste wijze te bewaren en zo nodig weer op te zetten in de natuurlijke houding
aantrekkenopvulleninzettenbeginnen, opbouwen, oprichten, opstellen, optrekkenophitsen, prikkelenaanzetten, naderen, oplopenopblazen, opzwellen, zwellenopenzetten, openeninpikken
".

Defenitie opzetten

De definitie van opzetten is: "` op - zet - ten(zette op, 1, 2, 3, 4, 5, 6 overgankelijk h., 8 onovergankelijk is opgezet)1op iets zetten: zijn hoed opzetten ; op het vuur zetten: het eten opzetten ;2rechtop zetten: plaatjes uitknippen en opzetten ; (bij schaken e.d.) de stukken voor het spel gereedzetten;3 de ingewanden en andere weke delen verwijderen en de huid zo opvullen dat het dier zijn natuurlijke vorm weer krijgt;4 inzetten: een euro opzetten ;5 beginnen: een winkeltje opzetten ; (van brei- of haakwerk) de eerste steken maken;6 ophitsen: twee jongens tegen elkaar opzetten ;7 (vooral onbepaalde wijs met komen (zie aldaar)) aanzetten, naderen:het onweer kwam opzetten ;8 zwellen: een opgezet oog ;9 openzetten, openen;een grote mond opzettenbrutale woorden uiten;grote ogen opzettenverbaasd kijken
taxidermie;de kunst dierehuiden op de juiste wijze te bewaren en zo nodig weer op te zetten in de natuurlijke houding
aantrekkenopvulleninzettenbeginnen, opbouwen, oprichten, opstellen, optrekkenophitsen, prikkelenaanzetten, naderen, oplopenopblazen, opzwellen, zwellenopenzetten, openeninpikken
".