oplopen

Betekenis oplopen

De betekenis van oplopen is: "` op - lo - pen(liep op, 1, 2, 4, 6 onovergankelijk h., 3 onovergankelijk h. en is, 5 overgankelijk h. opgelopen)1omhoog lopen: de weg loopt op ; hij is de trap opgelopen ; Zuid-Nederlands :(hoog) oplopen metveel ophebben met, ingenomen zijn met;2opgaan: de weg oplopen ;3verder lopen: vast een eindje oplopen ;een eindje met iem. oplopeneen eindje meelopen;4omhoog lopen, duurder worden, hoger worden: de prijzen zijn erg opgelopen ; oplopende kosten ;5 opdoen, krijgen: een nat pak oplopen ; Zuid-Nederlands :een blauwtje oplopeneen blauwtje lopen, afgewezen worden;6 Zuid-Nederlands (van lichaamsdelen) zwellen, opzwellen, opzetten;een opgelopen gezichtopgezet, opgezwollen
omhoog lopen, opgaan, opstijgen, stijgenopdoen, krijgen, te pakken krijgen, vattenaantellen, aangroeienopzetten, opzwellen, zwellen
".

Defenitie oplopen

De definitie van oplopen is: "` op - lo - pen(liep op, 1, 2, 4, 6 onovergankelijk h., 3 onovergankelijk h. en is, 5 overgankelijk h. opgelopen)1omhoog lopen: de weg loopt op ; hij is de trap opgelopen ; Zuid-Nederlands :(hoog) oplopen metveel ophebben met, ingenomen zijn met;2opgaan: de weg oplopen ;3verder lopen: vast een eindje oplopen ;een eindje met iem. oplopeneen eindje meelopen;4omhoog lopen, duurder worden, hoger worden: de prijzen zijn erg opgelopen ; oplopende kosten ;5 opdoen, krijgen: een nat pak oplopen ; Zuid-Nederlands :een blauwtje oplopeneen blauwtje lopen, afgewezen worden;6 Zuid-Nederlands (van lichaamsdelen) zwellen, opzwellen, opzetten;een opgelopen gezichtopgezet, opgezwollen
omhoog lopen, opgaan, opstijgen, stijgenopdoen, krijgen, te pakken krijgen, vattenaantellen, aangroeienopzetten, opzwellen, zwellen
".