opleggen

Betekenis opleggen

De betekenis van opleggen is: "` op - leg - gen(legde op, h. opgelegd)1leggen op iets anders;2opdragen, verplichten tot: een straf opleggen ; het zwijgen opleggen ;zijn wil opleggen(mentaal) aan zich ondergeschikt maken, overheersen: Ajax legde Real Madrid zijn wil op ;3terzijde leggen, opsparen, opbergen: geld opleggen; graan opleggen ;4 buiten gebruik stellen;5 een oplaag maken: van dit werk zijn 1000 exemplaren opgelegd ;6 Zuid-Nederlands (groente, fruit e.d.) inmaken, inleggen;opgelegde haringzure haring;7 Zuid-Nederlands (geld) bijleggen, bijbetalen, toeleggen, vooral bij het ruilen
De telemicrofoon op de haak leggen en daarmee de verbinding verbreken. (PH/PTIH)
Een gespreksverbinding geeindigen, de verbinding verbreken, waardoor een sluitsignaal gegeven wordt. (PH/PTIH)
het tijdelijk uit de vaart nemen van een schip
ophopendwingen, opdragen, verplichten, bevelen, gelasten, opdringenopsparen, opbergeninleggen, inmakenbijleggen, toeleggen, bijbetalen
".

Defenitie opleggen

De definitie van opleggen is: "` op - leg - gen(legde op, h. opgelegd)1leggen op iets anders;2opdragen, verplichten tot: een straf opleggen ; het zwijgen opleggen ;zijn wil opleggen(mentaal) aan zich ondergeschikt maken, overheersen: Ajax legde Real Madrid zijn wil op ;3terzijde leggen, opsparen, opbergen: geld opleggen; graan opleggen ;4 buiten gebruik stellen;5 een oplaag maken: van dit werk zijn 1000 exemplaren opgelegd ;6 Zuid-Nederlands (groente, fruit e.d.) inmaken, inleggen;opgelegde haringzure haring;7 Zuid-Nederlands (geld) bijleggen, bijbetalen, toeleggen, vooral bij het ruilen
De telemicrofoon op de haak leggen en daarmee de verbinding verbreken. (PH/PTIH)
Een gespreksverbinding geeindigen, de verbinding verbreken, waardoor een sluitsignaal gegeven wordt. (PH/PTIH)
het tijdelijk uit de vaart nemen van een schip
ophopendwingen, opdragen, verplichten, bevelen, gelasten, opdringenopsparen, opbergeninleggen, inmakenbijleggen, toeleggen, bijbetalen
".