oor

Betekenis oor

De betekenis van oor is: "het -woordoren1gehoororgaan;iem. oren aannaaieniem. iets wijsmaken:laat je geen oren aannaaienlaat je niets wijsmaken;iem. de oren van het hoofd etenhem arm eten;iem. de oren van het hoofd prateneindeloos babbelen, vermoeiend kwebbelen;het gaat het ene oor in en het andere oor uithet gehoorde is spoedig vergeten;de oren laten hangende moed verliezen;het oor (of de oren) naar iets laten hangengeneigd zijn zich tot iets (gewoonlijk iets ongunstigs) te laten overreden;een open oor hebben vooralle aandacht schenken aan, belangstelling tonen voor;wel of geen oren naar iets hebbener wel of niet voor te vinden zijn;wie oren heeft om te horen, die horewoorden van Jezus, als hij zijn leer verkondigde;iets goed in het oor (of de oren) knopenhet gezegde goed in zich opnemen, opdat men het niet zal vergeten;ter ore komentoevallig vernomen worden;iemand het oor lenenbereidwillig naar iemand luisteren;op één oor liggenslapen;het oor scherpen, spitsenaandachtiger luisteren;iem. om de oren slaan met ietsfiguurlijk een sterk argument tegen iem. aanvoeren;het oor strelenaangenaam klinken;mijn oren tuitena) ik hoor veel te veel tegelijk; b) ik hoor dingen die haast niet te geloven zijn;met zijn oren staan te klapperenongelooflijke dingen horen;zijn oren zullen tuitengezegd van een afwezige over wie veel gesproken wordt;op een oor na gevildbijna klaar;iemand de oren wassenhem duchtig de waarheid zeggen;geheel of één en al oor zijn voor ietszeer aandachtig luisteren;tot over de oren in de schuld zitten, verliefd zijn enz.zeer diep, hevig;met rode oortjes iets lezenzeer geboeid;nog niet droog achter de oren zijnnog zeer jong en onervaren zijn, pas komen kijken;Zuid-Nederlands :met oren en poten (opeten)helemaal, met huid en haar;Zuid-Nederlands :iem. de oren afzagen, van de kop zageniem. vervelen door onophoudelijk vragen of zeuren;Zuid-Nederlands :iem. rond zijn oren geveniem. een pak slaag geven;Zuid-Nederlands :veel rond, om zijn oren hebbenveel beslommeringen hebben, veel aan zijn hoofd hebben;Zuid-Nederlands :over zijn oren laten krabben, scharen enz.zich op zijn kop laten zitten;Zuid-Nederlands :van zijn oor (of oren) makendrukte, herrie maken, boos worden;Zuid-Nederlands :op zijn twee oren slapena) zeer vast slapen, slapen als een roos; b) ergens heel gerust op zijn, zich geen zorgen maken; zie ook bijneigen , stoppen ;2oorvormig handvat;kleine potjes hebben grote orengezegd van kinderen, die meer van de gesprekken der volwassenen opvangen en onthouden dan men meent
zintuig waarmee je hoort
auris
geleidend gedeelte van het net tussen middeling en voortuig
".

Defenitie oor

De definitie van oor is: "het -woordoren1gehoororgaan;iem. oren aannaaieniem. iets wijsmaken:laat je geen oren aannaaienlaat je niets wijsmaken;iem. de oren van het hoofd etenhem arm eten;iem. de oren van het hoofd prateneindeloos babbelen, vermoeiend kwebbelen;het gaat het ene oor in en het andere oor uithet gehoorde is spoedig vergeten;de oren laten hangende moed verliezen;het oor (of de oren) naar iets laten hangengeneigd zijn zich tot iets (gewoonlijk iets ongunstigs) te laten overreden;een open oor hebben vooralle aandacht schenken aan, belangstelling tonen voor;wel of geen oren naar iets hebbener wel of niet voor te vinden zijn;wie oren heeft om te horen, die horewoorden van Jezus, als hij zijn leer verkondigde;iets goed in het oor (of de oren) knopenhet gezegde goed in zich opnemen, opdat men het niet zal vergeten;ter ore komentoevallig vernomen worden;iemand het oor lenenbereidwillig naar iemand luisteren;op één oor liggenslapen;het oor scherpen, spitsenaandachtiger luisteren;iem. om de oren slaan met ietsfiguurlijk een sterk argument tegen iem. aanvoeren;het oor strelenaangenaam klinken;mijn oren tuitena) ik hoor veel te veel tegelijk; b) ik hoor dingen die haast niet te geloven zijn;met zijn oren staan te klapperenongelooflijke dingen horen;zijn oren zullen tuitengezegd van een afwezige over wie veel gesproken wordt;op een oor na gevildbijna klaar;iemand de oren wassenhem duchtig de waarheid zeggen;geheel of één en al oor zijn voor ietszeer aandachtig luisteren;tot over de oren in de schuld zitten, verliefd zijn enz.zeer diep, hevig;met rode oortjes iets lezenzeer geboeid;nog niet droog achter de oren zijnnog zeer jong en onervaren zijn, pas komen kijken;Zuid-Nederlands :met oren en poten (opeten)helemaal, met huid en haar;Zuid-Nederlands :iem. de oren afzagen, van de kop zageniem. vervelen door onophoudelijk vragen of zeuren;Zuid-Nederlands :iem. rond zijn oren geveniem. een pak slaag geven;Zuid-Nederlands :veel rond, om zijn oren hebbenveel beslommeringen hebben, veel aan zijn hoofd hebben;Zuid-Nederlands :over zijn oren laten krabben, scharen enz.zich op zijn kop laten zitten;Zuid-Nederlands :van zijn oor (of oren) makendrukte, herrie maken, boos worden;Zuid-Nederlands :op zijn twee oren slapena) zeer vast slapen, slapen als een roos; b) ergens heel gerust op zijn, zich geen zorgen maken; zie ook bijneigen , stoppen ;2oorvormig handvat;kleine potjes hebben grote orengezegd van kinderen, die meer van de gesprekken der volwassenen opvangen en onthouden dan men meent
zintuig waarmee je hoort
auris
geleidend gedeelte van het net tussen middeling en voortuig
".