neus

Betekenis neus

De betekenis van neus is: "de -woord (mannelijk)neuzen1deel van het gezicht, reukorgaan;de neuzen tellenrondkijkende het aantal aanwezigen tellen en daarnaar de uitslag van een stemming vaststellen;een wassen neusiets wat voor de schijn gebeurt, dat niets te betekenen heeft;tussen neus en lippenterloops;iem. iets door de neus borenhet hem onthouden;dat gaat mijn neus voorbijdaar krijg ik niets van;het een ander aan de neus hangenhet hem vertellen;een fijne of goede neus hebben voor, figuurlijka) kunnen aanvoelen wat te wachten staat; b) de juiste waarde van iets snel kunnen onderkennen;niet verder kijken dan zijn neus lang isiets oppervlakkig bekijken;op zijn neus kijkenteleurgesteld kijken;zijn neus krulthij glundert van trots, plezier;met de neus erop drukkendwingen er aandacht aan te schenken;met de neus in de wind lopenfier, trots lopen;bij de neus nemenfoppen;zijn neus voor iets ophalen of optrekkenhet te min vinden;wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezichtwie kwaadspreekt van familieleden, beledigt zichzelf;zijn neus in iets stekener zich ongevraagd mee bemoeien;zijn neus stotenonverwachte tegenwerking ondervinden;iem. iets onder de neus wrijvenhet hem ruw verwijten;langs zijn neus weg iets zeggenterloops, laconiek;het neusje van de zalmhet allerfijnste;hij doet alsof zijn neus bloedtalsof de zaak hem niet aangaat;met zijn neus kijkenniet goed kijken of zoeken;het komt me mijn neus uitik heb er genoeg van, het verveelt me bijzonder, ik walg ervan;je staat er met je neus bovenopwat je zoekt bevindt zich vlak voor je;(ja) mijn neus!informeel gezegd als men een verzoek of opdracht weigert;Zuid-Nederlands :hij is door de neus geboordhij is dronken;Zuid-Nederlands :dat is door de neus geboorddat is afgesproken werk;Zuid-Nederlands :iem. (iets) op zijn neus gevena) onder zijn neus wrijven, inpeperen; b) iem. verslaan (bij een spel);Zuid-Nederlands :neffen(s) of neven(s), tegen uw neusmis!, dat zal je niet lukken!;Zuid-Nederlands :(veel) van zijn neus maken(veel) drukte maken, opscheppen, praatjes maken;Zuid-Nederlands :zijn neus aan het venster stekenop de voorgrond treden, zich manifesteren;Zuid-Nederlands :iem. met een neus zetteniem. bespotten (door een lange neus te maken), iem. voor schut zetten;Zuid-Nederlands :wie een neus heeft, kan riekenwie de schoen past, trekke hem aan; zie ook bij2 knip , 2 pen ;2uitstekende punt; uiteinde: neus van een schoen , neus van een vliegtuig ;3 Zuid-Nederlands bep. soort snoepgoed in de vorm van een neus
zintuig waarmee je ruikt
onparig, door een septum in tweeën gedeeld orgaan, gelegen in het midden van het gelaat, bestaande uit een uitwendig zeer verschillend gevormd uitsteeksel van been, kraakbeen, spieren en huid, waarin de beide neusgaten zijn gelegen, die voeren naar de inwendige neusholten die door conchae zijn verdeeld in verschillende gangen
Plaats waar hoofdsnijkant en hulpsnijkant samenkomen
reukorgaan, snotkoker, snuffer, snufferd, gok, kokkerd, voorgeveluiteinde
".

Defenitie neus

De definitie van neus is: "de -woord (mannelijk)neuzen1deel van het gezicht, reukorgaan;de neuzen tellenrondkijkende het aantal aanwezigen tellen en daarnaar de uitslag van een stemming vaststellen;een wassen neusiets wat voor de schijn gebeurt, dat niets te betekenen heeft;tussen neus en lippenterloops;iem. iets door de neus borenhet hem onthouden;dat gaat mijn neus voorbijdaar krijg ik niets van;het een ander aan de neus hangenhet hem vertellen;een fijne of goede neus hebben voor, figuurlijka) kunnen aanvoelen wat te wachten staat; b) de juiste waarde van iets snel kunnen onderkennen;niet verder kijken dan zijn neus lang isiets oppervlakkig bekijken;op zijn neus kijkenteleurgesteld kijken;zijn neus krulthij glundert van trots, plezier;met de neus erop drukkendwingen er aandacht aan te schenken;met de neus in de wind lopenfier, trots lopen;bij de neus nemenfoppen;zijn neus voor iets ophalen of optrekkenhet te min vinden;wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezichtwie kwaadspreekt van familieleden, beledigt zichzelf;zijn neus in iets stekener zich ongevraagd mee bemoeien;zijn neus stotenonverwachte tegenwerking ondervinden;iem. iets onder de neus wrijvenhet hem ruw verwijten;langs zijn neus weg iets zeggenterloops, laconiek;het neusje van de zalmhet allerfijnste;hij doet alsof zijn neus bloedtalsof de zaak hem niet aangaat;met zijn neus kijkenniet goed kijken of zoeken;het komt me mijn neus uitik heb er genoeg van, het verveelt me bijzonder, ik walg ervan;je staat er met je neus bovenopwat je zoekt bevindt zich vlak voor je;(ja) mijn neus!informeel gezegd als men een verzoek of opdracht weigert;Zuid-Nederlands :hij is door de neus geboordhij is dronken;Zuid-Nederlands :dat is door de neus geboorddat is afgesproken werk;Zuid-Nederlands :iem. (iets) op zijn neus gevena) onder zijn neus wrijven, inpeperen; b) iem. verslaan (bij een spel);Zuid-Nederlands :neffen(s) of neven(s), tegen uw neusmis!, dat zal je niet lukken!;Zuid-Nederlands :(veel) van zijn neus maken(veel) drukte maken, opscheppen, praatjes maken;Zuid-Nederlands :zijn neus aan het venster stekenop de voorgrond treden, zich manifesteren;Zuid-Nederlands :iem. met een neus zetteniem. bespotten (door een lange neus te maken), iem. voor schut zetten;Zuid-Nederlands :wie een neus heeft, kan riekenwie de schoen past, trekke hem aan; zie ook bij2 knip , 2 pen ;2uitstekende punt; uiteinde: neus van een schoen , neus van een vliegtuig ;3 Zuid-Nederlands bep. soort snoepgoed in de vorm van een neus
zintuig waarmee je ruikt
onparig, door een septum in tweeën gedeeld orgaan, gelegen in het midden van het gelaat, bestaande uit een uitwendig zeer verschillend gevormd uitsteeksel van been, kraakbeen, spieren en huid, waarin de beide neusgaten zijn gelegen, die voeren naar de inwendige neusholten die door conchae zijn verdeeld in verschillende gangen
Plaats waar hoofdsnijkant en hulpsnijkant samenkomen
reukorgaan, snotkoker, snuffer, snufferd, gok, kokkerd, voorgeveluiteinde
".