mond

Betekenis mond

De betekenis van mond is: "de -woord (mannelijk)monden1deel van het gezicht, waardoor men spreekt, eet, drinkt e.d.;zijn mond houdenzwijgen;zes monden moeten openhoudenvoor zes mensen de kost moeten verdienen;bij monde vangezegd door;een grote mond hebbenbrutaal zijn;iem. een grote mond gevenbrutaliseren;met een (de) mond vol tandenzie bij tand ;dat ligt hem in de mond bestorvenzie bij besterven ;iem. iets in de mond gevena) iem. duidelijk zijn bedoeling laten blijken; b) iem. het antwoord op een vraag gemakkelijk maken door het hem bijna voor te zeggen;iem. iets in de mond leggenhet doen voorkomen dat iem. iets gezegd heeft;geen blad voor de mond nemenzie bij blad ;zijn mond voorbijpratenzie bij voorbijpraten ;iemand naar de mond pratenzie bij praten ;iemand de mond snoeren (of stoppen)a) hem het spreken beletten; b) de vrijheid van meningsuiting benemen;met twee monden sprekenonoprecht zijn;niet op zijn mondje gevallen zijngoed zijn woorden weten te vinden, scherp weten te antwoorden;zijn mondje roerenveel praten;iem. het eten uit de mond kijken(hongerig) bedelend kijken naar iem. die eet;geen mond opendoenhardnekkig zwijgen;beter hard geblazen dan de mond gebrandzie bij blazen ; zie ook bijbrood ;2overgang van een rivier in zee;3opening
1 Ingang van het spijsverteringskanaal, zowel voor de ingang zelf als de achterliggende holte gebruikt. 2 Opening of ingang van iets.
Open onderzijde.
brievenbus, kakement, kwebbel, laadklep, snater, tater, wafel, waffel, bek, kaak, muil, scheur, smikkel, smoel, snavel, toot
".

Defenitie mond

De definitie van mond is: "de -woord (mannelijk)monden1deel van het gezicht, waardoor men spreekt, eet, drinkt e.d.;zijn mond houdenzwijgen;zes monden moeten openhoudenvoor zes mensen de kost moeten verdienen;bij monde vangezegd door;een grote mond hebbenbrutaal zijn;iem. een grote mond gevenbrutaliseren;met een (de) mond vol tandenzie bij tand ;dat ligt hem in de mond bestorvenzie bij besterven ;iem. iets in de mond gevena) iem. duidelijk zijn bedoeling laten blijken; b) iem. het antwoord op een vraag gemakkelijk maken door het hem bijna voor te zeggen;iem. iets in de mond leggenhet doen voorkomen dat iem. iets gezegd heeft;geen blad voor de mond nemenzie bij blad ;zijn mond voorbijpratenzie bij voorbijpraten ;iemand naar de mond pratenzie bij praten ;iemand de mond snoeren (of stoppen)a) hem het spreken beletten; b) de vrijheid van meningsuiting benemen;met twee monden sprekenonoprecht zijn;niet op zijn mondje gevallen zijngoed zijn woorden weten te vinden, scherp weten te antwoorden;zijn mondje roerenveel praten;iem. het eten uit de mond kijken(hongerig) bedelend kijken naar iem. die eet;geen mond opendoenhardnekkig zwijgen;beter hard geblazen dan de mond gebrandzie bij blazen ; zie ook bijbrood ;2overgang van een rivier in zee;3opening
1 Ingang van het spijsverteringskanaal, zowel voor de ingang zelf als de achterliggende holte gebruikt. 2 Opening of ingang van iets.
Open onderzijde.
brievenbus, kakement, kwebbel, laadklep, snater, tater, wafel, waffel, bek, kaak, muil, scheur, smikkel, smoel, snavel, toot
".