min

Betekenis min

De betekenis van min is: "Oud-Egyptische god, geassocieerd met de vruchtbaarheid van het land, de wederopstanding uit de dood en het koningschap (als Horus-Min )
1min ,` min - nede -woord (vrouwelijk)minnenvoedster2min ,` min - nede -woordliefde;iets in der minne schikkenvriendschappelijk, zonder rechter3minIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1weinig, laag, onvoldoende;zo min mogelijkzo weinig mogelijk;zo min ... alsevenmin;min of meereen weinig, enigszins;2zwak van gestel: een min kindje ; in slechte lichamelijke toestand: de zieke is erg min ;3verachtelijk: een minne streek ;4beneden nul: het is min vier graden Celsius ;5 verminderd met: zeven min twee is vijf ; zie ook bij minder , minst ;IIde -woordminnenminteken; negatieve waarde;ergens minnen en plussen bij plaatsennadelen en voordelen beoordelen4minminuut , minuten
vrouw die andermans kinderen zoogt
minne, voedsterminne, liefdegering, laag, onvoldoende, weinigklein, pieterig, beroerd, gemeen, kleingeestig, laaghartig, miserabel, onwaardig, ordinair, schandelijk, schunnig, verachtelijkmintekenminus, verminderd met
".

Defenitie min

De definitie van min is: "Oud-Egyptische god, geassocieerd met de vruchtbaarheid van het land, de wederopstanding uit de dood en het koningschap (als Horus-Min )
1min ,` min - nede -woord (vrouwelijk)minnenvoedster2min ,` min - nede -woordliefde;iets in der minne schikkenvriendschappelijk, zonder rechter3minIbijvoeglijk naamwoord en bijwoord1weinig, laag, onvoldoende;zo min mogelijkzo weinig mogelijk;zo min ... alsevenmin;min of meereen weinig, enigszins;2zwak van gestel: een min kindje ; in slechte lichamelijke toestand: de zieke is erg min ;3verachtelijk: een minne streek ;4beneden nul: het is min vier graden Celsius ;5 verminderd met: zeven min twee is vijf ; zie ook bij minder , minst ;IIde -woordminnenminteken; negatieve waarde;ergens minnen en plussen bij plaatsennadelen en voordelen beoordelen4minminuut , minuten
vrouw die andermans kinderen zoogt
minne, voedsterminne, liefdegering, laag, onvoldoende, weinigklein, pieterig, beroerd, gemeen, kleingeestig, laaghartig, miserabel, onwaardig, ordinair, schandelijk, schunnig, verachtelijkmintekenminus, verminderd met
".